Rechtspraak
Hoge Raad
2025-01-31
ECLI:NL:HR:2025:163
Civiel recht; Personen- en familierecht
Artikel 81 RO-zaken
505 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02324
Datum 31 januari 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/10/571657 / FA RK 19-3039 van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2020, 21 oktober 2021 en 7 april 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.313.047/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2024.
[eiser] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 januari 2025.