Rechtspraak
Hoge Raad
2025-02-11
ECLI:NL:HR:2025:159
Strafrecht
Cassatie
337 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04430 B
Datum 11 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 12 september 2022, nummer RK 22/001379, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren op [geboortedatum] 1982,
hierna: de klaagster.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klaagster nietont-vankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.
Beoordeling
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.