Rechtspraak
Hoge Raad
2025-01-24
ECLI:NL:HR:2025:121
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Artikel 81 RO-zaken
511 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00782
Datum 24 januari 2025
ARREST
In de zaak van
LCS PIPING INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
EISERES tot cassatie,
hierna: LCS,
advocaat: R.P. Streng,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster] ,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 29 september 2021 (in zaak C/10/624547/ HA ZA 21-776) en 1 juni 2022 (in zaak C/10/628255/ HA ZA 21-963);
b. het arrest in de zaak 200.314.527/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2023.
LCS heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt LCS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.