Rechtspraak
Hoge Raad
2024-06-28
ECLI:NL:HR:2024:986
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
457 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/01832
Datum 28 juni 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE KATWIJK
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep van 19 april 2024, nrs. 24/331 PW, 24/332 PW, 24/333 PW-VV en 24/335 PW-VV, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag (nrs. 23/8431, 23/8433, 23/7553 en 23/7554) betreffende een besluit op grond van de Participatiewet, alsmede een verzoek van belanghebbende om schadevergoeding.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.
ECLI:NL:CRVB:2024:882.