Rechtspraak
Hoge Raad
2024-06-11
ECLI:NL:HR:2024:845
Strafrecht
Herziening
763 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04591 H
Datum 11 juni 2024
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2015, nummer 23-002919-13, ingediend door W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam,
namens
[aanvraagster],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de aanvraagster.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het hof heeft de aanvrager op 31 augustus 2015 veroordeeld voor “Overtreding van artikel 2.2 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008” en “Overtreding van artikel 2.2 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008” tot twee geldboetes, elk van € 50, telkens subsidiair 1 dag hechtenis. Deze overtredingen zijn volgens de bewezenverklaring gepleegd op 5 juli 2011. Het cassatieberoep tegen de uitspraak van het hof is door de Hoge Raad verworpen bij arrest van 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:670.
2De aanvraag tot herziening
2.1
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2
De aanvraag is gebaseerd op een naar aanleiding van een klacht van de aanvrager gedane uitspraak van het Europees hof voor de rechten van de mens (hierna: EHRM) van 21 november 2023, nr. 56910/17, waarin is vastgesteld dat artikel 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is geschonden in de procedure die tot de veroordeling heeft geleid.
3De conclusie van de advocaat-generaal
3.1
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren en de zaak op de voet van art. 472 lid 1 Sv, in verbinding met art. 471 lid 1 Sv, zal verwijzen naar een ander gerechtshof, opdat de zaak opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
3.2
De raadsman van de aanvrager heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
De aanvraag is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/04588 H, ECLI:NL:HR:2024:843.
Dictum
De Hoge Raad:
- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
- beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld arrest van het gerechtshof;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag, om – met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad – hetzij de onherroepelijke uitspraak te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2024.