Rechtspraak
Hoge Raad
2024-04-16
ECLI:NL:HR:2024:595
Strafrecht
Cassatie
685 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00931
Datum 16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 maart 2022, nummer 22-003398-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de tenlastegelegde diefstal van geld met een valse sleutel. Het klaagt in het bijzonder over de verwerping door het hof van het verweer dat de verdachte toestemming had om zich het geld toe te eigenen.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.
3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof en beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Op grond van artikel 311 lid 1, aanhef en onder 5°, in samenhang met artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde, kan voor de door het hof bewezenverklaarde diefstal met een valse sleutel een geldboete van ten hoogste € 20.750 worden opgelegd. De door het hof opgelegde geldboete van € 30.000 is hoger dan dit strafmaximum. Het arrest van het hof kan daarom wat betreft de strafoplegging niet in stand blijven.
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede cassatiemiddel niet nodig.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.