Rechtspraak
Hoge Raad
2024-03-05
ECLI:NL:HR:2024:319
Strafrecht
Cassatie
784 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05149
Datum 5 maart 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juni 2021, nummer 20-001126-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N.M. Fakiri, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt). Het voert onder meer aan dat de adresgegevens van het adres in België waaraan is betekend via toezending aan dat adres, niet compleet zijn omdat de postcode niet is vermeld.
2.2
De berechting in hoger beroep heeft bij verstek plaatsgevonden. De inhoud van de stukken die voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang zijn, is weergegeven in de conclusie van de advocaat generaal onder 3.3. Kort samengevat volgt daaruit het volgende. De Informatiestaat SKDB van 25 maart 2021 vermeldt geen adres in de Basisregistratie personen, geen detentieadres en geen laatst opgegeven woon- of verblijfplaats. Van de verdachte was wel een adres in België bekend, namelijk het in de door de politie opgemaakte processen-verbaal vermelde adres [a-straat 1] , [plaats] . Blijkens de akte van uitreiking is de dagvaarding in hoger beroep verzonden naar het adres [a-straat 1] , te [plaats] . Een postcode is daarbij niet vermeld.
2.3
De uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte, van wie alleen een adres in België bekend was, heeft plaatsgevonden door rechtstreekse toezending van die dagvaarding over de post. Nu van dat adres de postcode deel uitmaakt en de akte van uitreiking niet inhoudt dat de toezending aan het adres in België heeft plaatsgevonden met vermelding van de van dat adres deel uitmakende postcode, is het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, niet zonder meer begrijpelijk.
2.4
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre.
Beoordeling
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2024.