Rechtspraak
Hoge Raad
2024-03-01
ECLI:NL:HR:2024:294
Civiel recht; Goederenrecht, Civiel recht; Verbintenissenrecht
Artikel 81 RO-zaken
577 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01192
Datum 1 maart 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
1. WIJK ONTWIKKELINGS MAATSCHAPPIJ KERCKEBOSCH B.V.,
gevestigd te Zeist,
2. STICHTING WOONGOED ZEIST,
gevestigd te Zeist,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: WOM c.s.,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak NL19.3776 van de rechtbank Midden-Nederland van 21 april 2020, 29 juli 2020 en 22 februari 2021;
b. de arresten in de zaak 200.295.049 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 maart 2022 en 27 december 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 27 december 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen WOM c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de plaatsvervangende Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WOM c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 maart 2024.