Rechtspraak
Hoge Raad
2024-11-29
ECLI:NL:HR:2024:1746
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
319 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/01447
Datum 29 november 2024
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie.
Beoordeling
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 juni 2024 verzocht binnen zes weken na de dagtekening van deze brief een afschrift van de bestreden uitspraak over te leggen. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek. Nu het niet mogelijk is te bepalen waarop het geschil betrekking heeft, zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2024.