Rechtspraak
Hoge Raad
2024-12-10
ECLI:NL:HR:2024:1707
Strafrecht
Cassatie
874 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01158
Datum 10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2023, nummer 21-001739-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, behalve voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd, en tot vrijspraak van de verdachte van het tenlastegelegde.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van – kort gezegd – rijden terwijl de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Aangevoerd wordt dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs door de bestuursrechter is herroepen.
2.2.1
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
“hij op of omstreeks 19 november 2021 te Kampen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorieën AM & B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wortmanstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.”
2.2.2
Daarvan is bewezenverklaard dat:
“hij op 19 november 2021 te Kampen terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorieën AM & B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wortmanstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.”
2.3
Uit de stukken blijkt dat op 28 september 2022 door de rechtbank Overijssel het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 14 september 2021 tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte, is herroepen en dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden. De strafrechter moet van deze beslissing van de bestuursrechter uitgaan (vgl. HR 12 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1621, rechtsoverweging 2.5.1). Dat brengt mee dat achteraf bezien de ongeldigverklaring van het rijbewijs nooit heeft gegolden.
2.4
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen door de verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 26 april 2022;
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2024.