Rechtspraak
Hoge Raad
2024-11-08
ECLI:NL:HR:2024:1583
Bestuursrecht; Belastingrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,082 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/02002
Datum 8 november 2024
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2024, nrs. 22/01155 tot en met 22/01158, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/857 tot en met 20/860) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de jaren 2014 tot en met 2017.
1Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door H.G. Roodbeen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is vastgesteld door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, in de raadkamer van 23 oktober 2024 en op 8 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 559.
ECLI:NL:GHSHE:2024:1205.
Volledig
ECLI:NL:HR:2024:1583 text/xml public 2026-02-26T14:57:39 2024-11-06 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2024-11-08 24/02002 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:1205 Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2024/2266 V-N 2024/51.20.13 Viditax (FutD) 2024110814 FutD 2024-2345 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1583 text/html public 2026-02-26T14:55:37 2024-11-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2024:1583 Hoge Raad , 08-11-2024 / 24/02002 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02002 Datum 8 november 2024 ARREST in de zaak van de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN tegen [X] B.V. (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2024, nrs. 22/01155 tot en met 22/01158 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/857 tot en met 20/860) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de jaren 2014 tot en met 2017. 1 Geding in cassatie De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is vastgesteld door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, in de raadkamer van 23 oktober 2024 en op 8 november 2024 in het openbaar uitgesproken. Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 559. ECLI:NL:GHSHE:2024:1205.