Rechtspraak
Hoge Raad
2024-10-25
ECLI:NL:HR:2024:1545
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
635 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03723
Datum 25 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE LEIDEN,
zetelende te Leiden,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: P.A. Fruytier,
tegen
MANDATIS B.V., h.o.d.n. MELIOR VERZEKERINGEN, in haar hoedanigheid van gevolmachtigde van MS AMLIN UNDERWRITING LIMITED,
gevestigd te Oldenzaal,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Melior,
advocaat: D.A. van der Kooij.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/676920 / HA ZA 19-1354 van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2020 en 19 mei 2021;
b. het arrest in de zaak 200.303.660/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 juni 2023.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Melior heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Gemeente mede door J.P. Jas en voor Melior mede door L.A. Burwick en G.M.C. van Breukelen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Melior begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.