Rechtspraak
Hoge Raad
2024-10-22
ECLI:NL:HR:2024:1468
Strafrecht
Cassatie
343 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04189
Datum 22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 november 2022, nummer 23-002269-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde medeplegen van opzetheling.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.