Rechtspraak
Hoge Raad
2024-10-11
ECLI:NL:HR:2024:1435
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Artikel 81 RO-zaken
531 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04353
Datum 11 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,
tegen
DUTCHWEEK B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Dutchweek,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8372774 \ CV EXPL 20-7605 van de rechtbank Rotterdam van 23 oktober 2020;
b. de arresten in de zaak 200.288.806/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 februari 2021 en 8 augustus 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 8 augustus 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Dutchweek is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dutchweek begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 11 oktober 2024.