Rechtspraak
Hoge Raad
2024-10-22
ECLI:NL:HR:2024:1414
Strafrecht
Cassatie
945 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00727 C
Datum 22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 10 juli 2023, nummer H 159/2022, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de sanctieoplegging aangaande de combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel, in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de door het hof opgelegde jeugddetentie in combinatie met de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in strijd is met artikel 1:163 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (hierna: SrA).
2.2
Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot onder meer vier jaren jeugddetentie en de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen gelast.
2.3.1
Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. Artikel 1:163 leden 3 en 4 SrA luidt:
“3. Een maatregel kan zowel afzonderlijk als tezamen met hoofdstraffen, met bijkomende straffen en met andere maatregelen worden opgelegd.4. In afwijking van het derde lid kan de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen noch met jeugddetentie noch met een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige worden gecombineerd.”
2.3.2
De geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1:163 SrA houdt in:
“Verder wordt (...) bepaald dat een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet kan worden gecombineerd met jeugddetentie: indien het nodig is het kind te plaatsen in een jeugdinrichting is jeugddetentie ongepast en per definitie niet in het belang van het kind. De regering heeft ervoor gekozen om deze combinaties uit te sluiten, aangezien deze combinaties elkaar overlappen en de jeugdige met een uiterst ongewenst pakket van maatregelen en van hoofdstraf geconfronteerd zou worden.”(Staten van Aruba 2009/10, 683, nr. 3, p. 104.)
2.4
De strafoplegging is in strijd met artikel 1:163 lid 4 SrA omdat op grond van die bepaling – overeenkomstig het Wetboek van Strafrecht van Curaçao en het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, maar in afwijking van de wettelijke regelingen in de overige delen van het Koninkrijk – de combinatie van jeugddetentie met de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet is toegestaan.
2.5
Het cassatiemiddel slaagt.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.