Rechtspraak
Hoge Raad
2024-09-17
ECLI:NL:HR:2024:1216
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
628 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04019
Datum 17 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2022, nummer 21-003780-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W. Stoet, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1].
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.
Beoordeling
3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2].
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 20. Deze uitkomst wordt niet anders als de in de schriftuur bij de tweede deelklacht van het tweede cassatiemiddel opgenomen verwijzing naar “de verklaringen van [getuige 2]” verbeterd wordt gelezen als “de verklaringen van [getuige 4]”. Het oordeel van het hof dat deze verklaringen voor het bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk.
Beoordeling
4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof bij de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] gebruik heeft gemaakt van de constructie van ‘schakelbewijs’.
4.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 24 tot en met 29.
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2024.