Rechtspraak
Hoge Raad
2024-09-13
ECLI:NL:HR:2024:1183
Bestuursrecht; Belastingrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,110 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/00050
Datum 13 september 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE LEIDEN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 14 november 2023, nrs. BK-23/00163 tot en met BK-23/00168 en BK-23/00649 tot en met BK-23/00651, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 20/105, SGR20/7485 tot en met SGR 20/7488 en SGR21/2943) betreffende de aan belanghebbende voor het vierde kwartaal 2018 tot en met het vierde kwartaal 2020 opgelegde aanslagen in het binnenhavengeld.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.V. Hendriksen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.
Volledig
ECLI:NL:HR:2024:1183 text/xml public 2026-03-20T11:12:27 2024-09-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2024-09-13 24/00050 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2023:2259 Rechtspraak.nl NLF 2024/2104 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1183 text/html public 2024-09-12T22:28:31 2024-09-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2024:1183 Hoge Raad , 13-09-2024 / 24/00050 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00050 Datum 13 september 2024 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE LEIDEN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 14 november 2023, nrs. BK-23/00163 tot en met BK-23/00168 en BK-23/00649 tot en met BK-23/00651, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 20/105, SGR20/7485 tot en met SGR 20/7488 en SGR21/2943) betreffende de aan belanghebbende voor het vierde kwartaal 2018 tot en met het vierde kwartaal 2020 opgelegde aanslagen in het binnenhavengeld. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.V. Hendriksen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. 2 Beoordeling van de klachten De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.