Rechtspraak
Hoge Raad
2024-09-10
ECLI:NL:HR:2024:1150
Strafrecht
Cassatie
486 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01640 P
Datum 10 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 25 april 2022, nummer 23-000820-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de betrokkene.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel richt zich tegen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het klaagt onder meer over de berekening door het hof van de door de betrokkene gemaakte kosten.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 11 waarin verwezen wordt naar de conclusie van de advocaat-generaal in de samenhangende strafzaak tegen de betrokkene met nummer 22/01648 onder 15, 17 en 18.
Beoordeling
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2024.