Rechtspraak
Hoge Raad
2024-07-05
ECLI:NL:HR:2024:1033
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
511 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/02964
Datum 5 juli 2024
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven,
tegen
1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P],
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2023, nrs. BK-ARN 22/00851 tot en met BK-ARN 22/00887, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 18/2462, AWB 18/3927, AWB 18/3929, AWB 19/3870, AWB 19/3876 tot en met AWB 19/3880, AWB 19/679, AWB 20/1872 tot en met AWB 20/1876, AWB 20/2204, AWB 20/2206, AWB 20/2208 tot en met AWB 20/2210, AWB 20/4477, AWB 20/5734, AWB 20/5743 tot en met AWB 20/5747, AWB 20/6358 en AWB 21/151 tot en met AWB 21/159) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2024.