Rechtspraak
Hoge Raad
2023-12-15
ECLI:NL:HR:2023:1750
Civiel recht
Cassatie
3,393 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03485
Datum 15 december 2023
ARREST
In de zaak van
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
hierna: Liander,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
KRINKELS B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Krinkels,
advocaat: L.V. van Gardingen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8336216 / MC EXPL 20-1113 van de rechtbank Midden-Nederland van 21 oktober 2020;
b. de arresten in de zaak 200.290.468/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 september 2021 en 21 juni 2022.
Liander heeft tegen het arrest van het hof van 21 juni 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Krinkels heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Krinkels toegelicht door haar advocaat en mede door H.A.A. Essebai.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Liander heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten
2.1
Het gaat in deze zaak om aansprakelijkheid voor schade aan ondergrondse kabels en leidingen bij grondroeren en in het bijzonder om de betekenis daarbij van de ‘Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase’ (hierna: de CROW 500).
2.2
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Liander is regionaal netwerkbeheerder in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 onder meer van de locatie Zeewolde.
(ii) Krinkels is een landelijk opererende aannemer van werken. Zij heeft in opdracht van het Waterschap Zuiderzeeland beschoeiing aangebracht aan de Bosruitertocht in Zeewolde. In het najaar van 2017 heeft zij daartoe op deze locatie grondroerende werkzaamheden uitgevoerd.
(iii) Op deze werkzaamheden was de CROW 500 van toepassing. Daarin staat onder meer het volgende:
“Kabel of leiding NIET gevondenKan een kabel of leiding niet in het zoekgebied worden gevonden, dan moeten er aanvullende acties worden uitgevoerd. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden:
- verder zoeken tot 1 meter aan weerszijden van de theoretische ligging, ook wanneer daarmee de grens buiten het zoekgebied van de grondroering komt, of;
- werken zoals in een risicogebied, zie kennisthema Grondroeren nabij kabels en leidingen, of;
- in contact treden met de netbeheerder. De netbeheerder komt met een passende oplossing om de grondroering uit te kunnen voeren. Het kan nodig zijn dat de netbeheerder de kabel of leiding lokaliseert. Blijkt het een afwijkende situatie te zijn, handel dan zoals omschreven in kennisthema Afwijkende situatie.
(…)
4Grondroeren nabij kabels en leidingen
Om tijdens het grondroeren schade aan kabels en leidingen te voorkomen, wordt een risicogebied geïntroduceerd. Binnen het risicogebied zal de werkmethode van grondroeren aangepast moeten worden. Buiten het risicogebied mag de grond zonder extra voorzorgsmaatregelen worden geroerd.
Risicogebied
Het gebied nabij een kabel of leiding, waarbinnen de grond niet zonder meer geroerd mag worden, is het risicogebied. Binnen het risicogebied is de grondroerder verplicht ervoor te zorgen dat de grondroering veilig wordt uitgevoerd zonder schade aan de aanwezige kabels en leidingen.
Afbakening van het risicogebied
- Het gebied 1,00 meter (links-rechts) uit de buitenkant en 0,50 meter boven de buitenkant van de kabel of leiding, waarvan de werkelijke ligging bepaald (en in het veld gemarkeerd) is.
- Het gehele graafprofiel als aanwezige kabels en leidingen niet vooraf zijn gelokaliseerd.
Werkmethoden binnen het risicogebied
Grondroeren binnen het risicogebied is mogelijk door de diverse lokalisatiemethoden (bijvoorbeeld voorsteken en scannen) te combineren met het grondroeren.”
(iv) Voorafgaand aan de werkzaamheden heeft Krinkels op 10 oktober 2017 een graafmelding, een zogeheten Kabels en Leidingen Informatie Centrum-melding (hierna: KLIC-melding), gedaan met betrekking tot grondroerende werkzaamheden.
(v) Liander heeft op 10 oktober 2017 in reactie op deze KLIC-melding onder meer laten weten dat in de graaflocatie een gasleiding hoge druk en een middenspanningskabel aanwezig zijn. Ook heeft Liander detailkaarten aangeleverd. De reactie van Liander vermeldt verder onder meer:
“Aanwezigheid kabels en leidingen(...) Op de bijgevoegde tekening(en) is aangegeven waar de kabels en leidingen zich bevinden. De tekeningen zijn uitsluitend gebaseerd op de leggingsgegevens voor zover die bij ons bekend zijn. De exacte ligging, zowel in horizontale (x,y) als verticale (z) richting, kan door tal van oorzaken, waar op wij geen invloed hebben, afwijken. Het is belangrijk dat u altijd de exacte ligging lokaliseert (...).
(…)
Veilig werken
Om een veilige uitvoering van uw werkzaamheden te bevorderen, verwijzen wij u naar de CROW-publicatie 500 ‘Schade voorkomen aan kabels en leidingen’. (…) De CROW publicatie 500 is van toepassing op het gehele graafproces.
Als u de kabel of leiding niet kunt vinden, dan kunt u contact met ons opnemen. Onze medewerker Schadepreventie helpt u die kabel of leiding te lokaliseren.”
(vi) Volgens de tekeningen van Liander liep de middenspanningskabel evenwijdig aan
de weg. Na onderzoek heeft Krinkels geen middenspanningskabel aangetroffen. Krinkels heeft daarop besloten de grondroerwerkzaamheden rond en nabij de middenspanningskabel zoals in een risicogebied uit te voeren. Krinkels heeft de werkzaamheden daarom handmatig uitgevoerd met behulp van een zogeheten spuitlans. Ook tijdens die werkzaamheden heeft Krinkels de middenspanningskabel niet aangetroffen.
(vii) Op 17 december 2017 is een storing opgetreden. Liander heeft de kabel aan weerszijden van de watergang gekapt: er is een bypass gemaakt en sindsdien is de storing voorbij.
2.3
Liander vordert in deze procedure veroordeling van Krinkels tot betaling van een schadevergoeding van € 15.678,24. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Het hof heeft dat vonnis bekrachtigd. Daartoe heeft het hof, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen.
Liander heeft aan haar vordering alleen ten grondslag gelegd dat Krinkels onzorgvuldig heeft gehandeld. Het hof moet dus beoordelen of Krinkels bij de uitvoering van haar grondroerderswerkzaamheden een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden jegens Liander. (rov. 6.2)
Bij gebreke van een concrete wettelijke normering van de door grondroerders in acht te nemen zorgvuldigheidsnorm, komt bij de invulling van die norm groot gewicht toe aan de per 1 januari 2017 geldende CROW 500. (rov. 6.3)
De CROW 500 vormt de weerslag van de binnen de beroepsgroep geldende opvattingen omtrent zorgvuldig handelen. Het is voor de graafpraktijk van groot belang dat duidelijkheid bestaat over de wijze waarop de betrokkenen (grondroerders en netbeheerders) hun zorgplicht moeten naleven. De rechter dient daarom bij de invulling van de zorgplicht in beginsel aan te sluiten bij deze Richtlijn. (rov. 6.4)
Krinkels zou volgens Liander om te beginnen niet hebben voldaan aan haar zorgplicht, doordat Krinkels de kabel niet heeft weten te lokaliseren. Liander miskent met dit verwijt echter dat, anders dan op grond van de voorganger van deze richtlijn – de CROW 250 – de CROW 500 geen resultaatsverplichting inhoudt om de op de tekening van de netbeheerder aangegeven kabels te vinden (‘de lokaliseerplicht’) en de netbeheerder te informeren wanneer de kabel niet gevonden kan worden. (rov. 6.5)
Voor de invulling van de zorgplicht die rustte op Krinkels moet worden aangesloten bij de CROW 500. Als een kabel of leiding niet kan worden gelokaliseerd, schrijft de CROW 500 voor dat er aanvullende acties moeten worden uitgevoerd. Daartoe bestaan drie mogelijkheden (zie hiervoor in 2.2 onder (iii)). Blijkens de formulering betreffen dit alternatieve mogelijkheden tot aanvullende actie, die de grondroerder ter beschikking staan in geval van het niet kunnen vinden van een kabel of leiding.
Beoordeling
3.1
Het gaat in deze zaak om de verplichtingen van degene die grondroerwerkzaamheden uitvoert en de betekenis daarbij van de CROW 500. Evenals haar voorganger, de CROW 250, vormt de CROW 500 de weerslag van de binnen de beroepsgroep geldende opvattingen omtrent zorgvuldig handelen bij grondroerwerkzaamheden. Voor de praktijk is van belang dat duidelijkheid bestaat over de wijze waarop de bij grondroerwerkzaamheden betrokkenen hun zorgplicht moeten naleven. De rechter dient daarom bij de invulling van de zorgplicht in beginsel bij de CROW 500 aan te sluiten. Het hof heeft dat terecht tot uitgangspunt genomen. Eveneens terecht heeft het hof overwogen dat strekking en functie van de CROW 500 eenvormige uitleg wenselijk maken, waarbij groot belang toekomt aan de bewoordingen van de CROW 500.
3.2
Als een kabel of leiding voorafgaande aan grondroerwerkzaamheden niet in het zoekgebied kan worden gevonden, moeten er volgens de CROW 500 aanvullende acties worden uitgevoerd. Deze kunnen worden samengevat als: verder zoeken buiten het zoekgebied, het werken zoals in een risicogebied of het in contact treden met de netbeheerder (zie hiervoor in 2.2 onder (iii)). Het hof heeft overwogen dat de CROW 500 hiermee uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid grondroerwerkzaamheden te verrichten zonder dat aanwezige kabels en leidingen voorafgaand aan die werkzaamheden zijn gelokaliseerd. Daarmee heeft het hof ook het betoog van Liander verworpen dat uit de CROW 500 volgt dat kabels en leidingen steeds al in de ontwerpfase moeten worden gelokaliseerd. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en de daartegen gerichte klachten van het middel falen.
3.3.1
Krinkels heeft ervoor gekozen te werken zoals in een risicogebied. De CROW 500 omschrijft het risicogebied als het “gebied nabij een kabel of leiding, waarbinnen de grond niet zonder meer geroerd mag worden”. Binnen het risicogebied is de grondroerder volgens de CROW 500 “verplicht (…) ervoor te zorgen dat de grondroering veilig wordt uitgevoerd zonder schade aan de aanwezige kabels en leidingen” (zie hiervoor in 2.2 onder (iii)).
3.3.2
Liander heeft voor het hof aangevoerd dat uit de hiervoor weergegeven passages van de CROW 500 volgt dat de grondroerder die kabels of leidingen in het zoekgebied niet heeft kunnen vinden, en vervolgens ervoor kiest te werken zoals in een risicogebied, aansprakelijk is op de enkele grond dat schade is toegebracht aan niet-gelokaliseerde kabels en leidingen. Met het veroorzaken van schade zou aansprakelijkheid zijn gegeven en de feitelijke toedracht van de beschadiging zou niet ter zake doen. Het hof heeft overwogen (zie hiervoor in 2.3) dat de CROW 500 voor deze uitleg van Liander onvoldoende steun biedt. De CROW 500 houdt volgens het hof geen risicoaansprakelijkheid in, ook niet de facto, zoals door Liander bepleit. Ook die uitleg is niet onbegrijpelijk. De daarop gerichte klachten falen.
3.4
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
3.5
Opmerking verdient nog het volgende. De hiervoor in 3.3.1 weergegeven passages in de CROW 500 impliceren dat op een grondroerder in een risicogebied de verplichting rust zo veilig te werken dat kabel- en leidingschade wordt voorkomen, zowel in het geval dat de kabels en leidingen met theoretische ligging in het zoekgebied vooraf zijn gelokaliseerd, als in het geval dat die kabels en leidingen niet (of niet alle) zijn gevonden. Treedt in het risicogebied toch schade op aan een kabel of leiding die vooraf was gelokaliseerd of waarvan de theoretische ligging zich in het zoekgebied bevond, en staat vast dat de schade het gevolg is van de werkzaamheden van de grondroerder, dan wordt vermoed dat de grondroerder onvoldoende veilig en daarmee onzorgvuldig heeft gewerkt.
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Liander in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Krinkels begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Liander deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 15 december 2023.
Vgl. HR 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:772, rov. 3.7.2.