Rechtspraak
Hoge Raad
2023-10-06
ECLI:NL:HR:2023:1384
Civiel recht
Cassatie
891 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03533
Datum 6 oktober 2023
ARREST
In de zaak van
Johannes Marie WOLFS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Maastrichtse Autobus Combinatie B.V.,
kantoorhoudende te Maastricht,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: F.J. Fernhout,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/03/267824 / HA ZA 19-428 van de rechtbank Limburg van 28 april 2021 en 9 juni 2021;
b. de arresten in de zaak 200.294.836/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 oktober 2021, 11 januari 2022 en 28 juni 2022.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 28 juni 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met verbetering van het dictum van het arrest als bedoeld onder 3.51 in de conclusie.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
2.1
De klachten van de middelen 1 tot en met 10 kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
2.2
Middel 11 klaagt terecht dat het hof in het dictum van het bestreden arrest een misslag heeft begaan bij de begroting van de post “salaris advocaat voor de eerste aanleg”, door het bedrag hiervan vast te stellen op € 6.365,83. Uit rov. 4.9 van het eindvonnis van de rechtbank volgt onmiskenbaar dat het bedrag van deze post moet worden vastgesteld op € 4.982,-- (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.48-3.49).
2.3
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door te beslissen als hierna weergegeven.
2.4
Nu [verweerders] de misslag van het hof niet hebben uitgelokt en deze in cassatie niet hebben verdedigd, ziet de Hoge Raad aanleiding de kosten van het geding in cassatie te compenseren.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof ʼs-Hertogenbosch van 28 juni 2022 voor zover in het dictum van dat arrest de post “salaris advocaat voor de eerste aanleg” is vastgesteld op een bedrag van € 6.365,83;
- stelt de post “salaris advocaat voor de eerste aanleg” in het dictum van dat arrest vast op een bedrag van € 4.982,--;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 6 oktober 2023.
Gerechtshof ʼs-Hertogenbosch 28 juni 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2099.
Rechtbank Limburg 28 april 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3797.