Rechtspraak
Hoge Raad
2023-09-15
ECLI:NL:HR:2023:1231
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
343 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/02012
Datum 15 september 2023
ARREST
op het door [X] te [Z] , vertegenwoordigd door M.C. Neslo, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland van 3 mei 2023, nrs. UTR 23/585 en UTR 23/586.
Beoordeling
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Artikel 28, lid 4, letter c, AWR bepaalt dat geen beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen een uitspraak, die met toepassing van artikel 8:84, lid 2, Awb is gedaan door de voorzieningenrechter. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.
ECLI:NL:RBMNE:2023:2063.