Rechtspraak
Hoge Raad
2023-09-01
ECLI:NL:HR:2023:1149
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
739 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03214
Datum 1 september 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaten: M.E. ten Brinke en T.T. van Zanten,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [verweerder],
advocaat: E.J.H. Zandbergen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/689244 / KG ZA 20-785 HH/BB van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2020;
b. het arrest in de zaak 200.286.184/01 KG van het gerechtshof Amsterdam van 5 juli 2022.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van [verweerder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 september 2023.