Rechtspraak
Hoge Raad
2023-07-07
ECLI:NL:HR:2023:1051
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
543 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00357
Datum 7 juli 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
TREFFINA INTERNATIONAL TRADING B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Treffina,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 7289734 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 juni 2019;
b. het arrest in de zaak 200.269.670/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 november 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Treffina is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat, en mede door J.M. Moorman en A.C. Tjepkema.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Treffina begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 juli 2023.