Rechtspraak
Hoge Raad
2021-05-25
ECLI:NL:HR:2021:777
Strafrecht
Cassatie
747 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/05575
Datum 25 mei 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 december 2019, nummer 21-006684-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de weigering van het hof te beslissen op het verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag.
2.2.1
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 november 2019 houdt het volgende in:
“Verdachte deelt – zakelijk weergegeven – mede:
(...)
Het is juist dat er beslag is gelegd op € 40,-. Ik heb dat geld niet teruggekregen.
(...)
De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd dat het hof de teruggave van het inbeslaggenomen geld zal gelasten. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
(...)
De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging.
(...)
Onder cliënt is € 40,- in beslag genomen. Ik verzoek u te bepalen dat dit geld wordt teruggeven aan cliënt.”
2.2.2
Het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:
“De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht het beslag op het geld op te heffen met last tot teruggave van dit geld aan verdachte.
Het hof stelt vast dat het strafdossier aanwijzingen bevat dat (in deze strafzaak) geld in beslag is genomen. Een officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt echter, zodat er derhalve geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent in beslag genomen geld.”
2.3
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof heeft verzuimd te beslissen over het beslag;
- wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat daarop alsnog wordt beslist;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.