Rechtspraak
Hoge Raad
2020-05-29
ECLI:NL:HR:2020:960
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht, Civiel recht; Verbintenissenrecht
Artikel 81 RO-zaken
514 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02516
Datum 29 mei 2020
ARREST
In de zaak van
AAN DE AMSTEL ACCOUNTANTS B.V.,gevestigd te Ouder-Amstel,
EISERES tot cassatie,
hierna: AA Accountants,
advocaat: T.T. van Zanten,
tegen
[verweerster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 17/01075, ECLI:NL:HR:2018:428, van 23 maart 2018;
het arrest in de zaak 200.239.569 van het gerechtshof Den Haag van 26 februari 2019.
AA Accountants heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van AA Accountants heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AA Accountants in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 mei 2020.