Rechtspraak 2017-10-06
ECLI:NL:HR:2017:2553
6 oktober 2017 Nr. 17/04211 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 20 juli 2017, nr. HAA 16/5771 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 30 maart 2017 ingevolge de Werkloosheidswet. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank als de onderhavige, die is gedaan op verzet tegen een met toepassing van artikel 8:54 Awb gedane uitspraak inzake de toepassing van de Werkloosheidswet. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2 Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2017.