ECLI:NL:HR:2006:AV6214
9 mei 2006
Strafkamer
nr. 03034/05
IV/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Rotterdam, van 17 september 2004, nummer 10/436309-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Kantonrechter heeft de verdachte ter zake van overtreding van art. 2.4.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 1994 veroordeeld tot een geldboete van € 40,-, subsidiair één dag hechtenis.
2. Het cassatieberoep
De verdachte heeft op 11 januari 2005 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter. Bij arrest van 20 september 2005 heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verstaan dat de verdachte tegen dat vonnis beroep in cassatie heeft ingesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het ingestelde hoger beroep zal verstaan als verzet en de stukken zal doen toekomen aan de Griffier van de Rechtbank opdat de Rechtbank de zaak op het bestaande verzet zal kunnen berechten en afdoen.
3. Het openstaande rechtsmiddel
Gelet op art. 404, tweede lid aanhef en onder b, in verbinding met art. 399, derde lid, Sv staat in de onderhavige zaak verzet open. Ingevolge art. 78, vijfde lid, RO kan door de verdachte derhalve geen beroep in cassatie worden ingesteld.
De Hoge Raad bepaalt dat de stukken van het geding zullen worden gezonden naar de Griffier van de Rechtbank te Rotterdam, opdat de Kantonrechter in die Rechtbank de zaak op het bestaande verzet zal berechten en afdoen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 9 mei 2006.