Rechtspraak Hoge Raad 2005-06-14
ECLI:NL:HR:2005:AT7031
Strafrecht
14 juni 2005 Strafkamer nr. 00920/05 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Arnhem van 14 februari 2005, nummer AVNR.009125-05, op een wrakingsverzoek als bedoeld in art. 512 van het Wetboek van Strafvordering ingediend door: [klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden beschikking Het Hof heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de Rechtbank te Almelo van 15 december 2004, houdende afwijzing van het verzoek tot wraking. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2005.