ECLI:NL:HR:2005:AS3595
8 april 2005
Eerste Kamer
Nr. C03/170HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te België,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. Z.B. Gyömörei,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ONDERNEMINGEN ROOSENDAAL,
gevestigd te Roosendaal,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
Verweerder in cassatie - verder te noemen: de Ontvanger - heeft bij exploot van 31 mei 1999 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd te verklaren voor recht dat [eiser] c.s. als bestuurders van de (gefailleerde) vennootschap [A] B.V. op grond van art. 36 Iw 1990, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de in het lichaam van de inleidende dagvaarding genoemde bedrag van ƒ 284.829,-- of, voor het geval in de procedure volgend op het bezwaarschrift op de voet van art. 50 Iw 1990 een ander bedrag wordt vastgesteld, tot dat ander bedrag, alsmede voor de daarover verschuldigde invorderingsrente.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 14 maart 2000 heeft de rechtbank bij eindvonnis van 8 mei 2001 de vordering toegewezen.
Tegen beide vonnissen hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 13 maart 2003 heeft het hof [eiser] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen het vonnis van 14 maart 2000 en het vonnis van 8 mei 2001 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat en voor de Ontvanger door mr. M. Verwijs, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad;
verwerpt het beroep.
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 april 2005.