Rechtspraak
Hoge Raad
2001-02-16
ECLI:NL:HR:2001:AB0184
Civiel recht
Cassatie
729 tokens
Inleiding
16 februari 2001
Eerste Kamer
Nr. C99/185HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: voorheen mr. M.P.W. Hengst,
thans mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
[Verweerder], kantoorhoudende te [..],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Procesverloop
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 14 oktober 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen:
a. ƒ 705,-- ter zake van de factuur d.d. 3 maart 1998;
b. de buitengerechtelijke kosten ex art. 6:96 lid 2 sub BW over ƒ 705,--, ad ƒ 105,75, conform het incassotarief van de NOvA;
c.de wettelijke rente over ƒ 705,-- vanaf 17 maart 1998 tot aan de dag der algehele voldoening, tot en met 7 oktober 1998 bedragende ƒ 23,64.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 18 maart 1999 [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 470,--, met de wettelijke rente hierover vanaf 17 maart 1998, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en met afwijzing van het meer of anders gevorderde.
Het vonnis van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht.
Procesverloop
Tegen het vonnis van de Kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn beroep, met veroordeling van eiser in de kosten.
Beoordeling
3.1 Het vonnis van de Kantonrechter wordt bestreden door een middel van cassatie waarin uitsluitend rechtsklachten zijn vervat, hiertoe strekkende dat de Kantonrechter, gelet op de in dat vonnis vastgestelde feiten, [verweerder] in zijn vordering niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
3.2 Nu echter, zoals uit art. 100 RO blijkt, vonnissen van kantonrechters in burgelijke zaken, in cassatie niet met rechtsklachten kunnen worden bestreden, behoort [eiser] in zijn beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dictum
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen als voorzitter, J.B. Fleers en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 16 februari 2001.