Rechtspraak Hoge Raad 1999-12-10
ECLI:NL:HR:1999:AA3828
10 december 1999 Eerste Kamer Nr. C98/182HR FD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STICHTING KWALITEITSGARANTIE VLEESKALVER-SECTOR , gevestigd te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr E. Grabandt, t e g e n KALVERMESTERIJ [verweerder] B.V., gevestigd te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: SKV - heeft bij exploit van 4 maart 1994 verweerster in cassatie [..] gedagvaard voor de Rechtbank te Arnhem en gevorderd [verweerder] te veroordelen om aan SKV te betalen een bedrag van ƒ 16.500,-- vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 oktober 1993, met dien verstande dat het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend telkens na afloop van een jaar vermeerderd wordt met de over dat jaar verschuldigde rente, kosten rechtens. [Verweerder] heeft de vordering bestreden en harerzijds in reconventie gevorderd: 1. nietig te verklaren, althans te vernietigen het sanktiebesluit van SKV gericht aan [verweerder], gedateerd 29 september 1993, tot oplegging van een boete van ƒ 16.200,-- wegens het afleveren van slachtkalveren zonder kwaliteitscertificaat; 2. nietig te verklaren, althans te vernietigen art. 24 van het Controle- en Sanktiereglement S.K.V. 1991 en art. 3 lid 1 van het Geschillenreglement S.K.V. 1991. SKV heeft in reconventie de vorderingen bestreden. Bij conclusie van repliek in reconventie heeft [verweerder] de grondslagen van haar eis in reconventie aangevuld en de eis vermeerderd. De Rechtbank heeft bij vonnis van 22 februari 1996 zowel in conventie als in reconventie de vordering afgewezen. Tegen dit in conventie en in reconventie gewezen vonnis heeft SKV hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. [Verweerder] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 3 maart 1998 heeft het Hof het bestreden vonnis, zowel in conventie als in reconventie gewezen, bekrachtigd. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het Hof heeft SKV beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend. SKV heeft de zaak namens haar advocaat doen toelichten door mr H. Ferment, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan. (i) SKV is op 20 december 1990 opgericht. Het doel van SKV is de kwaliteit van kalvervoeders en kalfsvlees te bevorderen en te garanderen, de afzet van conform de geldende kwaliteitswetgeving geproduceerd kalfsvlees te bevorderen en aldus de belangen van de consument te dienen (art. 2 lid 1 van de statuten van SKV). Art. 2 lid 2 van de statuten van SKV luidt, voor zover hier van belang: “2. De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door: a. het vaststellen van normen en voorschriften ten behoeve van toezicht bij (…) houders van en handelaren in vleeskalveren (…) als bedoeld (…) in Verordening PVV kwaliteitscontrole vleeskalversector 1991; b. het (laten) uitvoeren van de taken die door (…) het Productschap voor Vee en Vlees in het kader van de kwaliteitscontrole in de vleeskalversector aan de stichting wordt opgedragen; c. het sluiten van overeenkomsten met eigenaren casu quo houders van en handelaren in vleeskalveren (…) waardoor deze zich onderwerpen aan de reglementen van de stichting inzake controles, sancties, arbitrage en financiën; d. het afgeven van een kwaliteitscertificaat voor het afleveren van vleeskalveren; (…).” (ii) De statuten van SKV houden voorts onder meer in: “Bestuur artikel 6 1. Het bestuur bestaat uit twaalf leden. (…) 2. Van het bestuur maken deel uit: (…) b. drie personen, aangewezen door het Landbouwschap en de Nederlandse Vereniging van kalfsvleesproducenten tezamen; (…) e. één persoon, aangewezen door het Produktsch Daarnaast dragen zowel het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij als het Productschap van Vee en Vlees bij aan de financiering. (viii) [verweerder], die onder meer handelt in vleeskalveren, heeft zich bij overeenkomst van 12 augustus 1990 bij SKV aangesloten. De aansluitingsovereenkomst houdt in, voor zover hier van belang, dat de contractant zich verplicht zich als aangeslotene van SKV te onderwerpen aan de statuten en de krachtens de statuten vastgestelde reglementen, en dat SKV bij niet of niet behoorlijke nakoming door de contractant van het bij de overeenkomst bepaalde, gerechtigd is aan de contractant een boete op te leggen. (ix) Op 24 juni 1993 is door een controleur van SKV een aantal urinemonsters genomen van een aan [verweerder] toebehorend koppel van 56 vleeskalveren. Na laboratoriumonderzoek bleek dat een monster positief was op clenbuterol. (x) [Verweerder] is terzake strafrechtelijk vervolgd voor overtreding van de Verordening stoffen met sympathico mimetische werking (PVV) 1991. Op 10 december 1993 heeft de economische politierechter te Zwolle haar schuldig verklaard zonder strafoplegging, met verbeurdverklaring van het inmiddels vernietigde kalf. (xi) Bij brief van 18 augustus 1993 met de aanhef “Sanctiebesluit” heeft SKV [verweerder] meegedeeld op grond van de in (ix) genoemde constatering de volgende sanctie op te leggen: destructie op kosten van [verweerder] van het kalf waarvan het positief bevonden monster afkomstig was indien het kalf nog aanwezig was, dan wel een boete gelijk aan de marktwaarde bij verkoop indien het kalf niet meer aanwezig is. Voorts wordt in de brief meegedeeld dat voor het onderhavige koppel vleeskalveren geen kwaliteitscertificaat mag worden afgegeven. Het desbetreffende kalf is vernietigd. (xii) Bij sanctiebesluit van 29 september 1993 heeft SKV aan [verweerder] meegedeeld dat geen kwaliteitscertificaat is afgegeven voor het koppel kalveren waarvan er één positief was bevonden op een niet toegelaten stof; dat vaststaat dat 54 vleeskalveren zijn afgeleverd zonder kwaliteitscertificaat; dat op grond van die constatering SKV krachtens art. 19 CSR gehouden is een boete op te leggen van f 300,-- voor ieder kalf dat zonder certificaat is afgeleverd, zodat een boete van f 16.200,-- wordt opgelegd. (xiii) Bij brief van 24 november 1993 heeft SKV meegedeeld dat zij ervan uitging dat het resterende 55e kalf ook zonder kwaliteitscertificaat is afgeleverd zodat de totale boete f 16.500,-- bedroeg. (xiv) [verweerder] heeft de boete niet voldaan. 3.2 In dit geding is de vraag aan de orde of SKV van [verweerder] betaling kan eisen van de opgelegde boete van f 16.500,--. De Rechtbank heeft de vordering van SKV te dier zake afgewezen. Het Hof heeft de tegen het vonnis van de Rechtbank gerichte grieven verworpen. Hetgeen het daartoe heeft overwogen kan, voorzover in cassatie van belang, als volgt worden weergegeven. De opgelegde boete betreft niet een dwangsom, maar een sanctie met een punitief karakter ter zake van een gepleegde overtreding. Daaraan doet niet af dat van de boete een prikkel kan uitgaan om zich van overtreding te onthouden en ook niet dat de boete is vastgesteld op een vast bedrag per kalf. De opgelegde boete is een voorziening met de strekking van straf of tuchtmaatregel ter zake van een economisch delict als bedoeld in art. 5 WED (rov. 5.11 en 5.12) SKV heeft benadrukt dat de onderwerping van [verweerder] aan haar regelingen berust op een in vrijheid gesloten privaatrechtelijke overeenkomst en dat het partijen vrijstaat langs privaatrechtelijke weg ook privaatrechtelijke sancties overeen te komen. Uit merendeels aan de uitspraak van de Geschillencommissie van 16 november 1992 (zie voor een weergave daarvan HR 28 februari 1997, nr. 16226, NJ 1999,732 en bijbehorende conclusie) ontleende feiten betreffende de verstrengeling van SKV, PVR en PVV volgt dat SKV is opgetreden als de verlengde arm van die productschappen, en dat zij derhalve ook is te beschouwen als een adminis