Rechtspraak Hoge Raad 1998-11-24
ECLI:NL:HR:1998:ZD3875
24 november 1998 Strafkamer nr. 108.232 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissements-rechtbank te Groningen van 21 december 1995 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [plaats] . 1. De bestreden uitspraak De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Groningen van 1 februari 1994 - de verdachte ter zake van "overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van driehonderdtachtig gulden, subsidiair vier dagen hechtenis. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr H.E. Brink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden vonnis zal vernietigen behalve voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging. De Hoge Raad heeft kennis genomen van een na de terechtzitting waarop de conclusie van het Openbaar Ministerie is genomen nog ingekomen brief van de raadsman, gedateerd 19 oktober 1998. 3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak De mededeling uitspraak hoger beroep is op 4 maart 1996 aan de verdachte - niet in persoon - betekend. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twee jaren daarop volgend enige daad van vervolging is verricht. De in art. 70, aanhef en onder 1º, Sr bepaalde termijn van verjaring is dus vervuld, zodat het recht tot strafvordering is vervallen. 4. Slotsom Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, behalve voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd, de middelen geen bespreking behoeven en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. 5. Beslissing De Hoge Raad: Vernietigt de bestreden uitspraak, behalve voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd; Verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging. Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Koster en Schipper, in bijzijn van de waarnemend-griffier Smid-Verhage, en uitgesproken op 24 november 1998 .