Rechtspraak Hoge Raad 1998-01-21
ECLI:NL:HR:1998:AA2402
gewezen op het beroep in cassatie van de onderlinge waarborgmaatschappij X UA te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 november 1996 be treffende de haar voor het jaar 1989 opgelegde aan slag in de vennootschapsbelasting. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1989 een aan slag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 17.567.855,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de In specteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft beves tigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. 3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: Belanghebbende brengt sinds 1987 in samenwerking met de Rabobank lijfrentecontracten (hierna: polis sen) op de markt. De door verzekerden te betalen koopsommen zijn samengesteld uit een deel risicopremie (voor verzeke ring van het risico op vooroverlijden), een kostenop slag (1,25%) en een spaardeel. De kostenopslag en de risicopremie komen geheel ten goede aan belanghebbende. De tussen belanghebbende en de Rabobank gesloten overeenkomst van 20 mei 1987 (hierna: beleggingscon tract) houdt in: dat de gelden met betrekking tot het spaardeel door belanghebbende bij de bank worden be legd; dat per cliënt een afzonderlijke rekening wordt aangehouden, waarop de tegoeden per verzekering wor den geadministreerd; dat door de bank op deze tegoeden rente wordt bijgeschreven, welke gelijk is aan die welke belanghebbende krachtens de polisvoorwaar den aan de verzekeringnemer garandeert; dat gedurende de gehele looptijd van de verzekering een minimum ren tepercentage van 4 wordt gegarandeerd. De verzekeringsvoorwaarden van de polis (hierna: polisvoorwaarden) houden in: dat onder "beleggingspe riode" wordt verstaan een periode van tien jaar vanaf de ingangsdatum c.q. de wijzigingsdatum of zoveel korter als de overeengekomen verzekeringsduur c.q. de resterende verzekeringsduur is; dat uitgangspunt bij de bepaling van de rente is het door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde effectieve rendement van aflosbare Nederlandse staatsleningen met een gemiddelde resterende looptijd van 3 tot 8 jaar met koersen lager dan 103%; dat het te vergoeden rentepercentage voor een beleggingsperiode telkens aan het begin van die beleggingsperiode wordt bepaald en gelijk is aan het hiervóór genoemde rendement op dat tijdstip onder aftrek van 1,0 percentpunt voor beheerskosten; dat op de ingangsdatum van de verzeke ring het in de polis vermelde verzekerde bedrag wordt vastgesteld door de spaarinleg op basis van samengestelde interest per iedere polisverjaardag te ver meerderen; dat gedurende de eerste beleggingsperiode een rentepercentage geldt zoals hiervóór bepaald; dat een eenmaal bijgeschreven verhoging van het verzeker de bedrag, evenals de rentebijschrijving op het spaartegoed, is gegarandeerd. Op 11 april 1969 is tussen het Ministerie van Financiën en de Nederlandse Vereniging ter bevorde ring van het Levensverzekeringswezen een afspraak gemaakt over de fiscale behandeling van de premiere serve en van de nog te regelen egalisatiereserve (hierna: het convenant). Het convenant, dat ook van toepassing is voor belanghebbende, houdt, voorzover van belang, in: "PREMIERESERVE A. Waarderingsgrondslagen Hoofdregel 1. De algemene regel is voortaan dat de grondslagen voor de berekening van de premiereserve gelijk zijn aan de grondslagen van het tarief waarop de verzekeringen zijn of worden gesloten. (...) C. Rentekortingen op periodieke premiën en premie- ineens voor collectieve verzekeringen. 1. Deze rentekortingen worden m