Rechtspraak Hoge Raad 1997-12-17
ECLI:NL:HR:1997:AA3336
Bestuursrecht
gewezen op het beroep in cassatie van de Directeur der Gemeentebelastingen van de gemeente 's-Gravenhage tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 november 1996 betreffende na te melden aan X te Z opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente 's-Gravenhage. 1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 4 december 1994 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente 's-Gravenhage opgelegd ten bedrage van f 67,50, bestaande uit f 2,50 aan enkelvoudige belasting en f 65,-- aan kosten ter zake van het opleggen van die aanslag. De aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Directeur der Gemeentebelastingen van de gemeente 's- Gravenhage (hierna: de Directeur) gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Directeur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak en de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Directeur heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Dit arrest is op 17 december 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Pos, en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Barendse, en op die datum in het openbaar uitgesproken.