Rechtspraak Hoge Raad 1997-11-19
ECLI:NL:HR:1997:AA3322
Bestuursrecht
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 december 1995 betreffende na te melden aan hem voor het jaar 1987 opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing van de Provincie Utrecht. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1987 ter zake van de lozing van afvalstoffen een aanslag in de zuiveringsheffing van de Provincie Utrecht opgelegd ten bedrage van f. 12.692,27, welke aanslag, na daartegen ge maakt bezwaar, bij uitspraak van Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht (hierna: Gedeputeerde Staten) is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van Gedeputeerde Staten in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Gedeputeerde Staten hebben een vertoogschrift ingediend. Gedeputeerde Staten hebben hun standpunt doen toelichten door mr R.L.H. IJzerman, advocaat te 's-Gravenhage. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. 5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is op 19 november 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Urlings, Fleers, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Barendse, en op die datum in het openbaar uitgesproken.