ECLI:NL:HR:1997:AA3251
gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PTT Telecom B.V. te Rotterdam tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 augustus 1994 betreffende na te melden aan haar voor het jaar 1992 opgelegde aanslag in de reclamebelasting van de gemeente Rotterdam.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een aanslag in de reclamebelasting van de gemeente Rotterdam opgelegd ten bedrage van ƒ 16.118,40 welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de directeur van de Dienst Gemeentelijke Belastingen Rotterdam (hierna: de Directeur) is gehand- haafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Directeur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Directeur heeft een vertoogschrift ingediend. De Advocaat-Generaal Loeb heeft op 25 januari 1996 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Dit arrest is op 8 januari 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Urlings, Zuurmond, Fleers en Pos, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Loen, en op die datum in het openbaar uitgesproken.