Rechtspraak Hoge Raad 1997-01-08
ECLI:NL:HR:1997:AA3200
Bestuursrecht
gewezen op het beroep in cassatie van de Directeur Gemeentebelastingen van de gemeente Amsterdam tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 september 1995 betreffende na te melden aan X opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting en beschikking kosten wielklem van de gemeente Amsterdam. 1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 24 juni 1994 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam opgelegd ten bedrage van ƒ 60,50, bestaande uit ƒ 2,-- aan enkelvoudige belasting en ƒ 58,50 aan kosten terzake van het opleggen van die aanslag. Tevens is bij beschikking van belanghebbende een bedrag van ƒ 60,-- gevorderd terzake van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem. De aanslag en de beschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de directeur van de dienst Parkeerbeheer van de gemeente Amsterdam gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de directeur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak, de naheffingsaanslag en de beschikking vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Directeur heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend. De Advocaat-Generaal Loeb heeft op 6 augustus 1996 geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht, gelet op de inhoud van het procesdossier, termen aanwezig om ten aanzien van de proceskosten die belanghebbende in verband met het geding in cassatie voor de onderhavige zaak redelijkerwijs heeft moeten maken, te beslissen als hierna zal worden vermeld. Dit arrest is op 8 januari 1997 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Loen, en op die datum in het openbaar uitgesproken. Van de Directeur wordt ter zake van het beroep in cassatie een griffierecht geheven van ƒ 75,--