Rechtspraak Hoge Raad 1995-11-29
ECLI:NL:HR:1995:AA1688
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 30 augustus 1994 betreffende na te melden beschikking inzake teruggaaf van omzetbelasting ten name van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z. 1. Beschikking en geding voor het Hof Belanghebbendes verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over het tijdvak maart 1992 tot een bedrag van ƒ 8.962,-- is door de inspecteur bij beschikking van 12 mei 1992 ingewilligd. Belanghebbende is tegen die beschikking met schriftelijke toestemming van de Inspecteur op de voet van artikel 26, lid 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst vóór 1 januari 1994), rechtstreeks in beroep gekomen bij het Hof, dat het in de beschikking bepaalde bedrag van de teruggaaf heeft verhoogd tot ƒ 8.964,47. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. De Advocaat-Generaal Van den Berge heeft op 12 mei 1995 geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: 3.1.1. Belanghebbende houdt zich onder meer bezig met de handel in en het kweken van zaaizaden. In het kader van haar bedrijf sluit belanghebbende met landbouwers contracten, waarop mede van toepassing zijn de Algemene Voorwaarden voor de teelt van in voorkoop gekochte zaaizaden van landbouwgewassen, op grond waarvan aan de landbouwers zaaizaad ter beschikking wordt gesteld. De landbouwers (hierna: de telers) zaaien de zaden uit ten einde meer en nieuw zaad te winnen. Dit zaad wordt bij belanghebbende afgeleverd, waarna het wordt verwerkt tot zaaizaad van een bepaalde kwaliteit, zuiverheid en kiemkracht. Na deze verwerking wordt het zuivere zaaizaad gekeurd door de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (hierna: de NAK). Indien het zaad aan bepaalde eisen van zuiverheid voldoet, geeft de NAK een certificaat af. Belanghebbende betaalt haar telers de overeengekomen vergoeding naar rato van de geleverde hoeveelheid gecertificeerd zaaizaad. 3.1.2. Bij Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 oktober 1971, nr. 2358/71 - houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad - (hierna: Verordening EEG I), nader uitgewerkt in de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 augustus 1972, nr. 1674/72 - tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning en de financiering van de steun in de sector zaaizaad - (hierna: Verordening EEG II), alsmede in de Verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 augustus 1972, nr. 1686/72 - houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun in de sector zaaizaad - (hierna: Verordening III), is de mogelijkheid geopend en uitgewerkt om financiële steun te verlenen bij de produktie van bepaalde soorten zaaizaad. Hiertoe eist artikel 2 van Verordening EEG II dat het zaad moet zijn geproduceerd a) hetzij op grond van een vermeerderingscontract dat is gesloten tussen een zaadhandelaar of een kweker enerzijds en een zaadvermeerderingsbedrijf anderzijds, b) hetzij rechtstreeks door de zaadhandelaar of kweker zelf. In de considerans van Verordening III wordt onder meer overwogen dat het mogelijk is dat de zaadhandelaar of de kweker een zekere tijd nodig heeft om het door de vermeerderaar geleverde zaad te behandelen, te verpakken en te laten certificeren en dat de steun derhalve pas enige maanden na de oogst aan laatstgenoemde kan worden toegekend, doch dat hiervoor evenwel een uiterste datum moet worden vastgesteld. In artikel 3, lid 1, eerste alinea, van Verordening III is bepaald dat de steun aan de vermeerderaar wordt toegekend, wanneer Daargelaten of de subsidie wordt verleend ter zake van de produktie dan wel ter zake van de levering van het zaad, de subsidie behoort niet tot het door A aan belanghebbende ter zake van de levering van zaad van Westerwolds raaigras Promenade oogst 1991 in de zin van artikel 27, lid 3, van de Wet in rekening gebrachte bedrag. Op grond van de hiervóór in 3.1.2 genoemde verordeningen moet immers ervan worden uitgegaan dat de subsidie door het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten in feite is toegekend aan A. Belanghebbende heeft derhalve deze subsidie niet voor zichzelf doch voor A ontvangen, zodat - evenals in de situatie dat de subsidie rechtstreeks door het Hoofdproduktschap aan A zou zijn uitbetaald - niet kan worden gezegd dat de subsidie aan belanghebbende in rekening is gebracht in de zin van artikel 27, lid 3, van de Wet. Dit brengt mee dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op de forfaitaire aftrek als bedoeld in dat artikel. Het tegen 's Hofs oordeel gerichte middel is derhalve gegrond. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. De beschikking van de Inspecteur dient te worden gehandhaafd. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken ter zake van het geding in cassatie en het geding voor het Hof. 5. Beslissing De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en handhaaft de beschikking van de Inspecteur. Dit arrest is op 29 november 1995 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Van der Linde, De Moor, C.H.M. Jansen en Van der Putt-Lauwers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.Nr. 30.788 Mr Van den Berge Derde Kamer A Conclusie inzake: Omzetbelasting 1992 de staatssecretaris van Financiën Parket, 12 mei 1995 tegen: X B.V. Edelhoogachtbaar College, 1. Feiten en procesverloop. 1.1. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch (hierna: het Hof) van 30 augustus 1994 nr. 1765/1992B. 1.2. De belanghebbende, X B.V., exploiteert een kweekbedrijf annex zaadhandel. Ten behoeve van de teelt van graszaden sluit zij teeltovereenkomsten af met landbouwers. Op basis van die overeenkomsten levert zij de landbouwers basiszaad, de landbouwers telen daarmee nieuw zaad dat zij weer leveren aan de belanghebbende. 1.3. Ter zake van de produktie van zaaizaad wordt een EG-subsidie verstrekt. De subsidie, die bestemd is voor de landbouwer/teler, wordt uitbetaald door het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten. Die uitbetaling loopt veelal via de handelaar/kweker. 1.4. In 1991 heeft de belanghebbende een overeenkomst voor de teelt van Westwolds raaigras Promenade gesloten met de landbouwer A. A verplichtte zich daarbij om aan de belanghebbende de oogst te leveren van op enkele hectaren uit te zaaien graszaad van dat ras. A zou van de belanghebbende ten minste f 150,- per 100 kg geleverd schoon en droog zaad ontvangen (exclusief BTW en EG-subsidie); een hogere opbrengst zou worden gedeeld. 1.5. In maart 1992 heeft de belanghebbende ter zake van de oplevering van 100 kg van dat zaad door A een afrekening opgemaakt, waarop zij, naast de afrekening voor die partij als zodanig, opnam: "Zaaizaadsubsidie fl 46,95 bij: BTW-vergoeding 5,26% fl 2,47" Die zaaizaadsubsidie is in april 1992 door het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten aan de belanghebbende uitbetaald. 1.6. De belanghebbende heeft het hoofd van de eenheid van de Belastingdienst particulieren/ondernemingen te P (hierna: de inspecteur) verzocht om teruggaaf van aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting over de maand maart 1992. Tegen de beschikking van de Inspecteur op dat verzoek heeft zij met toestemming van de Inspecteur op de voet van art. 26, lid 3 AWR (teks