Rechtspraak Hoge Raad 1992-11-11
ECLI:NL:HR:1992:ZC5161
Hoge Raad der Nederlanden d e r d e k a m e r Nr. 28.031 11 november 1992 MD ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V. te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 april 1991 betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting. 1. Aanslag en geding voor het Hof Aan belanghebbende, die aanvankelijk voor het jaar 1982 in de vennootschapsbelasting was aangeslagen naar een belastbaar bedrag van ƒ 61.385,--, welk bedrag bij beschikking van 6 november 1986 op grond van een over het jaar 1984 aangegeven verlies is verminderd tot nihil, is over dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 5.621,--, zonder verhoging. Belanghebbende is tegen die navorderingsaanslag in beroep gekomen bij het Hof, dat de navorderingsaanslag heeft gehandhaafd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden. 3. Beoordeling van de middelen van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: Belanghebbende was tot 1 januari 1982 beleggingsinstelling. Haar resultaten waren als volgt: 1981 winst ƒ 78.250,-- 1982 winst ƒ 61.385,-- 1983 winst ƒ 5.989,-- * 1984 verlies ƒ 120.050,-- ** 1985 verlies ƒ 13.964,-- * (na correctie; was: ƒ 7.512,--) ** (na correctie). In september 1986 is tussen partijen afgesproken dat voor wat betreft de jaren 1983 en 1984 eerst voorlopige correcties zouden worden toegepast, waarna na bezwaar een definitief standpunt zou worden bepaald. Bij beschikking van 6 november 1986 is van het over 1984 aangegeven verlies ƒ 61.385,-- verrekend met de winst over 1982. Vervolgens is bij beschikking van 13 januari 1987 van het over 1984 aangegeven verlies ƒ 7.512,-- verrekend met de winst over 1983. Het belastbare bedrag van ƒ 7.512,--, waarop de laatstvermelde beschikking betrekking heeft, is naar aanleiding van een bezwaar de dato 6 januari 1987 verminderd tot ƒ 5.989,--, waarna het bezwaar in januari 1988 is ingetrokken. Eerst nadien zijn de bezwaren, ingediend met betrekking tot de jaren 1983 en 1984, afgehandeld. Na verrekening van in totaal ƒ 120.050,-- + ƒ 13.964,-- = ƒ 134.014,-- verlies over de jaren 1984 en 1985 met in totaal ƒ 78.250,-- + ƒ 61.385,-- = ƒ 139.635,-- winst over de jaren 1981 en 1982, is de onderhavige navorderingsaanslag opgelegd. 3.2. Middel III - dat de Hoge Raad als van de verste strekking eerst zal behandelen - betoogt dat de terugwenteling van een verlies uit een normaal belaste periode naar een periode waarin belanghebbende als beleggingsinstelling was aan te merken, in strijd is met de compartimenteringsgedachte en daardoor strijdig is met een redelijke wetstoepassing.Dit betoog kan echter niet als juist worden aanvaard. In artikel 20 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is met betrekking tot beleggingsinstellingen voor verliescompensatie geen bijzondere regeling getroffen. Indien een lichaam de status van beleggingsinstelling verkrijgt of verliest, ondergaat derhalve het te dezer zake geldende regime geen wijziging, zodat van een zogenoemde compartimentering geen sprake kan zijn. 3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat de onder 3.1 vermelde beschikkingen voortijdig zijn afgegeven, omdat tussen partijen was afgesproken dat de aangiften over 1983 en 1984 - naar het Hof heeft aangenomen ook voor wat betreft de verliesverrekening - pas na bezwaar definitief zouden worden beoordeeld. Middel I strekt ten betoge dat de toegepaste wijze van verliesverrekening geenszins een voorlopig karakter droeg en de Inspecteur door de afgifte van de carry-backbeschikkingen met betrekking tot de jaren 1982 en 1983 het in rechte te eerbiedigen vertrouwen heeft gewekt dat de verrekening van het verlies van 1984 zou ges