Rechtspraak Hoge Raad 1979-06-26
ECLI:NL:HR:1979:AC6633
26 juni 1979 strafkamer Nr. 70.501 G.C. Hoge Raad der Nederlanden ARREST gewezen op het beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 3 oktober 1978 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1934, wonende te [woonplaats] . 1. De bestreden uitspraak De Rechtbank heeft in hoger beroep, met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter te Hoorn van 24 mei 1978, de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde, gekwalificeerd als "overtreding van de gedragsregel, vastgesteld bij artikel 16 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens" ontslagen van alle rechtsvervolging. 2. Het cassatieberoep Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie in het arrondissement Alkmaar. Deze heeft het navolgende middel van cassatie voorgesteld: Schending of verkeerde toepassing van de "artikelen 1, 2 en 34 W.V.W., van de artikelen 41 en 16 van het R.V.V. en van de "artikelen 350, 351, 359 en 431 Sv.", doordat de rechtbank in haar vonnis na haar overweging dat het feit door de verdachte is begaan overweegt dat het bewezen verklaarde oplevert een overtreding van de gedragsregel vastgesteld bij artikel 16 van het R.V.V., zonder daarbij te overwegen en te motiveren dat artikel 41 R.V.V. hier niet van toepassing is; dat verdachte [verdachte] over de voor het openbaar verkeer openstaande weg het Oude Ambacht, een weg namelijk de Sluiswachter naderde, waarvan de daarop uitkomende zijwegen door middel van zogenaamde verhoogde verkeersdrempels van die weg waren afgescheiden; dat kruisingen of splitsingen van wegen noch in de W.V.W. noch in het R.V.V. nader worden omschreven, terwijl het woord en begrip "verhoogde verkeersdrempel" noch in de W.V.W. noch in het R.V.V. wordt genoemd; dat naar het spraakgebruik onder kruising of splitsing van wegen moet worden verstaan wegen, liggende op gelijk of nagenoeg gelijk niveau, die min of meer vloeiend in elkaar overgaan; wanneer, zoals in het onderhavige geval, een weg door de wegbeheerder zo is ontworpen en uitgevoerd dat de aan weerskanten daarop uitkomende zijwegen door middel van verhoogde, van een afwijkende bestrating voorziene en extra verbrede voetpaden zijn afgegrendeld van eerstgenoemde weg, dan voldoen deze kruisingen niet meer aan het begrip kruisingen of splitsingen van wegen als bedoeld in artikel 40 en 41 van het R.V.V.; dat het duidelijk is dat artikel 41 R.V.V. zich niet verdraagt met artikel 16 R.V.V.; dat, nu door de rechtbank niet is onderzocht een eventueel van toepassing zijn van artikel 41 R.V.V., zij niet terecht heeft kunnen concluderen dat het door de verdachte gepleegde feit een overtreding oplevert van artikel 16 van het R.V.V. en dat derhalve dit feit een strafbaar feit is. De raadsvrouwe van verdachte, Mr H.M. ten Haaft, advocaat te Amsterdam, heeft het cassatieberoep tegengesproken. 3. De conclusie van het Openbaar Ministerie De advocaat-Generaal Remmelink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 4. Bewezenverklaring en gebezigde bewijsmiddelen Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard: dat hij op 8 oktober 1977 in de gemeente Hoorn als bestuurder van een personenauto daarmede vanaf de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Het Oude Ambacht, de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Sluiswachter, is opgereden, waarbij hij een tussen Het Oude Ambacht, voornoemd, en de rijbaan de Sluiswachter, voornoemd, gelegen en tot laatstgenoemde weg behorend verhoogd trottoir met een daarin aangebracht verkeersdrempel is overgestoken, welke gedraging hij, verdachte, op zodanige wijze heeft uitgevoerd dat hierdoor gevaar en hinder werd veroorzaakt voor een over de rijbaan van genoemde Sluiswachter toen en daar rijdende bestuurder van een personenauto. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: