Rechtspraak Hoge Raad 1977-01-11
ECLI:NL:HR:1977:AC1784
11 januari 1977 Nr. 68491 LG De Hoge Raad der Nederlanden , Op het beroep van [rekwirant], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1912, wonende te [woonplaats], rekwirant van cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 1 april 1976, houdende in hoger beroep bevestiging van een vonnis van de Kantonrechter te Tilburg van 1 december 1975, waarbij de rekwirant ter zake van "overtreding van de gedragsregel, vastgesteld bij artikel 94a, lid 1, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens" is veroordeeld tot betaling van een geldboete van vijf en twintig gulden, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van één dag; Gehoord het verslag van de raadsheer-rapporteur; Gezien het gerechtelijk schrijven namens de Procureur-Generaal aan de rekwirant uitgereikt ter kennisgeving van de dag voor de behandeling van deze zaak bepaald; Gelet op het middel van cassatie, namens de rekwirant door Mr. H.D.O. Blauw, advocaat te 's-Gravenhage, voorgesteld bij schriftuur, luidende: "Schending van het recht, in het bijzonder artikel 57, lid 2 en 3 Grondwet en artikel 2 Wegenverkeerswet (oud), doordat de Rechtbank heeft beslist dat het telastegelegde en bewezen verklaarde feit een strafbaar feit oplevert, zijnde artikel 94 a Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV), althans artikel 94 a, lid 2 RVV onverbindend. Toelichting: 1. Artikel 94 a lid 1 en lid 2 RVV is vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 22 juni 1973, S. 389. Bij voormeld KB werd tevens artikel 144 RVV gewijzigd, o.a. inhoudende dat een nieuw lid 1 werd toegevoegd, luidende: “1. Het eerste en het tweede lid van artikel 94 a treden in werking op door onze Minister te bepalen tijdstippen." 2. Ten tijde van de vaststelling en afkondiging van voormelde wijziging van het RVV (d.w.z. op 22 juni 1973) luidde artikel 2 Wegenverkeerswet (WVW) "Door ons worden, met inachtneming van de voorschriften van deze wet, bij algemeenen maatregel van bestuur nadere regelen gesteld nopens het verkeer op de wegen. Daarin kunnen ook worden opgenomen bepalingen omtrent punten, in de volgende artikelen ter uitvoering aan Onze Minister voorbehouden, op welke punten de bevoegdheid van Onze Minister alsdan vervalt." De tekst van artikel 2 WVW is bij wet van 26 september 1974, S. 546 gewijzigd. Bij die wijziging werden de woorden: "bij algemeenen maatregel van bestuur" vervangen door "bij of krachtens algemene maatregel van bestuur". Deze wijziging is in werking getreden per 3 oktober 1975. 3. Voormelde wijziging van artikel 2 WVW beoogde, blijkens de toelichting bij de Nota van Wijzigingen: " ... , buiten twijfel te stellen dat nadere voorschriften betreffende het verkeer niet slechts bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld, doch tevens bij ministerieel besluit, indien de algemene maatregel daartoe machtiging verleent. Een dergelijke subdelegatie werd overigens ook reeds mogelijk geacht ten tijde van de totstandkoming van de Wegenverkeerswet blijkens de memorie van toelichting (zitting 1933-1934, - 484, nr. 3, par. 4). Aan de mogelijkheid van subdelegatie bestaat voornamelijk behoefte ten aanzien van onderwerpen waarvan de regeling regelmatig bijstelling behoeft. De voorgestelde redactie van artikel 2 brengt mede dat uit de algemene maatregel van bestuur, die de minister tot het nemen van bepaalde besluiten bevoegd verklaart, onmiddellijk blijkt welke onderwerpen bij ministerieel besluit zullen worden geregeld." 4. Het moge wellicht de bedoeling zijn geweest van de wetgever in 1935 in het kader van de WVW een algemene mogelijkheid tot subdelegatie te creëeren: artikel 2, oud, WVW laat echter geen andere conclusie toe dan dat daarin in feite niet is voorzien (vandaar dan ook de wijziging van 1974). Dit betekent dat ten tijde van het totstandkomen van het KB van 22 juni 1973, S 389 de subdelegatie aan de minister als bedoeld in lid 2 van art. 94 a RVV niet rechtsgeldig kon plaats vinden, zodat artikel 94 a RVV, althans