Rechtspraak Hoge Raad 1966-12-23
ECLI:NL:HR:1966:AC4706
23 december 1966 v.S. DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN , in de zaak nr. 10.004 van [de man] , wonende te [plaats] , eiser tot cassatie van een door het Gerechtshof te 's-Gravenhage tussen partijen gewezen arrest van 24 november 1965, kosteloos procederende ingevolge beschikking van de Hoge Raad van 6 mei 1966, vertegenwoordigd door Mr. M.P. Plantenga, advocaat bij de Hoge Raad, tegen [de vrouw] , wonende te [plaats] , verweerster in cassatie, kosteloos procederende ingevolge beschikking van de Arrondissements-Rechtbank te Middelburg van 20 november 1963, vertegenwoordigd door Mr. E. van Haersma Buma, mede advocaat bij de Hoge Raad; Gehoord partijen; Gehoord de Advocaat-Generaal Minkenhof, namens de Procureur-Generaal, in haar conclusie, strekkende tot verwerping van het beroep, met veroordeling van eiser in de kosten op de cassatie gevallen; Gezien de stukken; Overwegende dat uit het bestreden arrest en de stukken van het geding blijkt: dat [de man] in eerste instantie voor de Arrondissements-Rechtbank te Middelburg bij exploot van verzet d. d. 22 februari 1964 een reconventionele vordering tegen van [de vrouw] heeft ingesteld strekkende tot nietigverklaring der tussen partijen, echtelieden, gesloten huwelijkse voorwaarden, omdat toen deze werden aangegaan [de man] , evenals van [de vrouw] , nog minderjarig was en hem toen de bijstand zijner ouders ontbroken heeft, daar deze bij onderhandse acte volmacht hadden verleend aan de vader van de bruid om namens hen bijstand te verlenen aan hun zoon en om die huwelijksvoorwaarden vast te stellen op de wijze als hun genoemde zoon wenselijk zou achten, zulks terwijl een authentieke akte voor die volmacht vereist zou zijn, waarin bovendien de verschillende bepalingen der te sluiten huwelijksvoorwaarden waartoe toestemming werd verleend moesten zijn opgenomen, althans omschreven; dat de Rechtbank bij vonnis van 30 september 1964 [de man] niet-ontvankelijk in zijn vordering heeft verklaard, zulks na in reconventie te hebben overwogen: "Ten processe staat vast, dat ter zake van het maken van huwelijksvoorwaarden op 11 juli 1961 ten overstaan van een notaris door partijen en andere comparanten - de ouders van de vrouw - is verklaard als weergegeven in de daarvan opgemaakte ten processe overgelegde notariële akte d.d. 11 juli 1961, inhoudende onder meer dat partijen hebben verklaard te zullen zijn gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen; dat die akte voorts inhoudt: ""En zijn ten deze mede voor mij, notaris, verschenen: A. [vader van de vrouw] , schilder, wonende te [plaats] , [b-straat 1] , vader van de comparante sub 2, ten deze handelende: a. voor zich; b. als lasthebber van [vader van de man] , bakker, wonende te [plaats] , [a-straat 1] , vader van de comparant sub 1, en [moeder van de man] , particuliere, wonende te [plaats] , [a-straat 1] , echtgenote van [vader van de man] voornoemd, moeder van de comparant sub 1. Van welke lastgeving blijkt uit een onderhandse akte, welke na vooraf door de lasthebber in tegenwoordigheid van mij, notaris, en de getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen getekend te zijn, aan deze akte is gehecht. B. [moeder van de vrouw] , particuliere, wonende te [plaats] , [b-straat 1] , echtgenote van [vader van de vrouw] voornoemd, moeder van de comparante sub 2. De comparanten sub A en B in privé en kwaliteit als gemeld hebben verklaard aan de comparanten sub 1 en sub 2 de vereiste bijstand te verlenen tot het vaststellen van bovenstaande huwelijksvoorwaarden. "" "Voorts staat vast dat de aan de akte gehechte onderhandse akte van lastgeving vorenbedoeld inhoudt: ""De ondergetekenden: 1. [vader van de man] en 2. [moeder van de man] , echtgenoten, beiden wonende te [plaats] , [a-straat 1] , verklaren last te geven aan: [vader van de vrouw] , schilder, wonende te [plaats] , speciaal om voor en namens hen, ondergetekenden, bijstand te verlenen aan hun zoon [de man] , geboren [geboortedatum] 1942, bij het maken van huwelijksvoorwaarden terzake van zijn voorgenomen huwelijk met mejuffrouw [de vrouw] , geboren op [geboortedatum] 1943, en om die huwelijksvoorwaarden vast te stellen op de wijze als hun genoemde zoon wenselijk zal achten. (get. ) [vader van de man] . [plaats] , juli 1961 (get. ) [moeder van de man] . " "Stellende dat die akte nietig is of vernietigbaar, en partijen mitsdien - indien de desbetreffende vordering zal zijn toegewezen - niet op huwelijksvoorwaarden, doch in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, vordert de man thans nietigverklaring en vernietiging van de akte van huwelijksvoorwaarden en voorts veroordeling van de vrouw om over te gaan tot scheiding en deling van de gemeenschap waarin partijen zijn gehuwd met benoeming van notaris en onzijdig persoon. "De man heeft daartoe aangevoerd, in het kort weergegeven: A. volmacht tot het verlenen van de bijstand bedoeld bij artikel 206 van het Burgerlijk Wetboek dient notarieel te worden verleend, gelijk ook de huwelijksvoorwaarden zelve niet anders dan bij authentieke akte kunnen worden aangegaan en de gevorderde bijstand ook bij die notariële akte moet plaats hebben; B. de volmacht dient de te maken voorwaarden in te houden, aangezien anders niet blijkt waartoe machtiging is verleend en dus van bijstand in wezen geen sprake is. "Ten aanzien van de stellingen van de man dient het volgende te worden overwogen: ad a. de Rechtbank kan de man in deze niet volgen. Het gestelde vereiste vindt geen steun in de wet die immers niets bepaalt omtrent de vorm van de desbetreffende lastgeving. ad b. Ook hier kan de Rechtbank de man niet volgen. Uit de overgelegde volmacht blijkt, dat de ouders van de man zich verenigen met het maken van huwelijksvoorwaarden die hun zoon zou willen aangaan; daaruit volgt dat zij ook hun goedkeuring hechten aan eventuele uitsluiting van elke gemeenschap als de zoon zou verklaren zulks te wensen. Aan de eis van bijstand is voldaan doordat de gevolmachtigde bij het verlijden der akte de toestemming der ouders heeft gegeven tot de desbetreffende bepalingen, die de man heeft verklaard te willen maken. Naar het oordeel van de Rechtbank kan daarbij niet gezegd worden, dat in dit geval van wezenlijke bijstand als door de wet verlangd geen sprake is: in hoeverre de ouders zich te voren van de inhoud der te maken voorwaarden op de hoogte willen stellen en daarvan in de volmacht willen doen blijken is aan hen zelve overgelaten; niet is. in te zien dat een ouder die het overbodig acht een onderzoek in te stellen naar de inhoud der te maken voorwaarden, zich wel met ernst aan de beoordeling daarvan zou zetten indien hem een volmacht ter ondertekening wordt voorgelegd waarin die voorwaarden tot uitdrukking zijn gebracht; in zoverre kan een volmacht waarin de voorwaarden woordelijk zijn weergegeven in feite evenmin het wezen van daadwerkelijke bijstand waarborgen.