Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-04-09
ECLI:NL:GHSHE:2026:940
Strafrecht
Hoger beroep
2,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2026:940 text/xml public 2026-04-10T00:02:03 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-04-09 20-000424-24 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:940 text/html public 2026-04-09T13:32:59 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:940 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-04-2026 / 20-000424-24 Verdachte in zijn verklaring gevolgd. Medeplegen hennepteelt. Vrijspraak diefstal elektriciteit. Parketnummer : 20-000424-24 Uitspraak : 9 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 8 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-258832-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, wonende te [adres 1] . Hoger beroep De rechtbank heeft verdachte ter zake van: - feit 1: medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel en - feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen veroordeeld tot: - een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis en - een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen. De verdediging heeft verweren gevoerd betreffende de bewezenverklaring van feit 2. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad, (in 3, in elk geval een of meer, ruimten van een bedrijfspand aan [adres 2] aldaar), een grote hoeveelheid van (ongeveer) 1087, in elk geval een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, 2. hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat (telkens) geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval (telkens) aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen, (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep op 26 maart 2026 een gedetailleerde en – naar het oordeel van het hof – oprechte verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij. Hij heeft verklaard dat familieleden van hem hebben bemiddeld tussen de medeverdachte [medeverdachte] en andere personen met betrekking tot het opzetten van een hennepkwekerij in een bedrijfspand van de medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte is later bij deze hennepkwekerij betrokken geraakt, eerst als knipper en later, omstreeks december 2018, met de opdracht om de kwekerij beter te laten draaien. Verdachte heeft verklaard niet te weten van de diefstal van stroom ten behoeve van de hennepteelt. Wel heeft hij verklaard dat de betaling van de stroom buiten hem om is gegaan, mogelijk via zijn broer. Gelet op deze verklaring van betrokkene komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde. Het hof zal verdachte vrijspreken van het onder feit 2 ten laste gelegde nu verdachte heeft ontkend wetenschap van de diefstal van elektriciteit te hebben gehad en deze wetenschap ook overigens niet is gebleken. Het hof verwerpt daarmee het andersluidende standpunt van het openbaar ministerie. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, tezamen en in vereniging met een ander, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld in 3 ruimten van een bedrijfspand aan [adres 2] aldaar, een grote hoeveelheid van 1087 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen In het geval tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De rechtbank heeft in het kader van de strafoplegging onder meer het navolgende overwogen: “Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de teelt van in totaal 1087 hennepplanten in een professioneel ingerichte hennepkwekerij (..). Hennep kan gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Het telen van hennep gaat bovendien gepaard met andere, ook zware vormen van criminaliteit waarbij geweld, intimidatie en bedreiging niet worden geschuwd. Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag (..).” Het hof neemt vorenstaande overwegingen over en maakt deze tot de zijne. Aanvullend overweegt het hof dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep een verklaring over zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij heeft afgelegd. Hij heeft – kort gezegd – verklaard gedurende drie maanden actieve bemoeienis te hebben gehad met de hennepkwekerij. Daarmee heeft verdachte een andere proceshouding aangenomen nu hij betrokkenheid bij de hennepkwekerij eerder stelselmatig ontkende.