Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-01-09
ECLI:NL:GHSHE:2026:903
Strafrecht
Hoger beroep
507 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2026:903 text/xml public 2026-04-08T10:32:50 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-01-09 20-002379-25 Uitspraak Hoger beroep Verstek NL Middelburg Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:903 text/html public 2026-04-08T10:32:03 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:903 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-01-2026 / 20-002379-25 Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Parketnummer: 20-002379-25 Uitspraak : 9 januari 2026 VERSTEK Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Middelburg, van 9 september 2025, in de strafzaak onder parketnummer 96-097038-25 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, wonende te [adres] . Kwalificatie Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. gepleegd op 27 maart 2025 te Goes. Toegepaste wetsartikelen De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Ten aanzien van het bewezenverklaarde: Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 6 (zes) weken. Bepaalt dat een gedeelte van de hechtenis, groot 3 (drie) weken , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest is mondeling gewezen door mr. W.F. Koolen. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 januari 2026.