Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-03-27
ECLI:NL:GHSHE:2026:861
Strafrecht; Strafprocesrecht
Wraking
767 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2026:861 text/xml public 2026-04-01T09:52:34 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-03-27 200.366.685_01 Uitspraak Wraking NL 's-Hertogenbosch Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:861 text/html public 2026-04-01T09:51:54 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:861 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-03-2026 / 200.366.685_01 Kennelijk niet-ontvankelijk wrakingsverzoek, omdat het wrakingsverzoek is gedaan nadat de meervoudige kamer voor strafzaken arrest heeft gewezen. GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Wrakingskamer registratienummer: 200.366.685/01 datum beslissing: 27 maart 2026 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken op het verzoek in de zaak met nummer [nummer] tegen [verzoeker], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot wraking van mrs. W.E.C.A. Valkenburg, E.A.A.M. Pfeil en A.R. Hartman, raadsheren in het team strafrecht van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (hierna: de raadsheren). 1 Het procesverloop 1.1 De meervoudige kamer voor strafzaken van het hof, bestaande uit de raadsheren, heeft op 6 oktober 2023 arrest gewezen op het hoger beroep in de zaak tegen verzoeker. 1.2. Het wrakingsverzoek is bij e-mail van 23 maart 2026 ter griffie van dit hof ontvangen. Verzoeker is door de coördinator van de wrakingskamer bericht dat het verzoek in behandeling is genomen. 1.3. De wrakingskamer heeft het verzoek heden behandeld in raadkamer. De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, beslist het verzoek zonder mondelinge behandeling af te doen. De wrakingskamer heeft bepaald dat als volgt zal worden beslist op het verzoek. 2 De beoordeling 2.1. Artikel 512 Sv voorziet in de mogelijkheid dat op verzoek van de verdachte of het Openbaar Ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen, wordt gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2. De Hoge Raad heeft op 26 november 2024 geoordeeld dat een verzoek tot wraking van de zittingsrechter(s) niet meer kan worden ingediend nadat einduitspraak is gedaan. Verzoeker heeft op 23 maart 2026 het wrakingsverzoek ingediend, terwijl de meervoudige kamer voor strafzaken op 6 oktober 2023, te weten circa 2,5 jaar eerder, arrest heeft gewezen op het hoger beroep. Het verzoek is zodoende ruim nadat de einduitspraak is gedaan ingediend. Verzoeker dient dan ook kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn wrakingsverzoek. 3 De beslissing Het hof (de wrakingskamer): verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de raadsheren en de advocaat-generaal. Deze beslissing is gegeven door mrs. T.A. Gladpootjes (voorzitter), J.T.F.M. van Krieken en J.P. de Haan, in tegenwoordigheid van mr. E. Royakkers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. Hoge Raad 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1726, r.o. 2.4.