Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-03-06
ECLI:NL:GHSHE:2026:643
Strafrecht
Hoger beroep
2,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2026:643 text/xml public 2026-03-12T13:46:30 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-03-06 20-000377-25 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:643 text/html public 2026-03-12T13:45:59 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:643 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-03-2026 / 20-000377-25 De verdachte wordt ter zake van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen jeugddetentie, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Parketnummer : 20-000377-25 Uitspraak : 6 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-209459-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’ (het primair tenlastegelegde) veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen jeugddetentie, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan, naast de algemene voorwaarden, als bijzondere voorwaarden verbonden een meldplicht bij de jeugdreclassering, de verplichting mee te werken aan de uitvoering van een persoonlijkheidsonderzoek en het opvolgen van eventuele behandeladviezen en de verplichting inzicht te verschaffen in haar contacten en relaties. Aan [naam] is de opdracht gegeven om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Tot slot heeft de kinderrechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] (kennelijk) hoofdelijk geheel toegewezen, te weten een bedrag van € 800,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte is veroordeeld in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op het moment van het wijzen van het vonnis begroot op nihil. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, voor de duur van 140 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze vordering geheel hoofdelijk zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de aan de bij de opgelegde straf verbonden bijzondere voorwaarden, en doet in zoverre opnieuw recht. Bovendien is het hof van oordeel dat hetgeen op pagina 10 in de beslissing onder strafoplegging onder het tweede gedachtestreepje is weergegeven, te weten ‘beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 20 dagen’ dient te worden geschrapt. Omwille van de leesbaarheid zal de gehele beslissing omtrent de strafoplegging nader in het dictum worden vermeld. Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, zal het hof voor zover nodig de inhoud van de door de kinderrechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring aanvullen en uitwerken in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht. Met betrekking tot de beslissing van de kinderrechter ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde] overweegt het hof dat de kinderrechter kennelijk abusievelijk de datum van de wettelijke rente heeft gesteld op 16 december 2023 in plaats van 16 november 2023, zijnde de bewezenverklaarde datum. Voorts heeft de kinderrechter blijkens het pagina 10 van het vonnis besloten tot het toewijzen van de hoofdelijkheid van de vordering van de benadeelde partij, maar dit niet vermeld in het dictum op pagina 11. Het hof herstelt deze omissies. Omwille van de duidelijkheid zal de gehele beslissing ten aanzien van de benadeelde partij worden opgenomen in het dictum. Tot slot is het hof van oordeel dat de door de kinderrechter aangehaalde artikelen 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht bij de wettelijke voorschriften dienen te worden geschrapt. Op te leggen sanctie Zoals hiervoor vermeld verenigt het hof zich met het beroepen vonnis, behalve voor wat betreft de aan de bij de opgelegde straf verbonden bijzondere voorwaarden. Bij de straftoemeting heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, welke tijdens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken. In dat kader heeft het hof acht geslagen op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 19 januari 2026. Hieruit volgt dat de Raad voor de Kinderbescherming minder heil ziet in opnieuw begeleiding vanuit de jeugdreclassering. De verdachte heeft aan een eerder traject goed meegewerkt en de Raad ziet voor nu geen meerwaarde in dit traject om het recidiverisico af te wenden. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet meer schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de oplegging van bijzondere voorwaarden achterwege dient te worden gelaten. De daarbij behorende voorwaarden van rechtswege, zullen derhalve ook niet worden opgelegd. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf , bestaande uit een werkstraf voor de duur van 140 (honderdveertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 70 (zeventig) dagen jeugddetentie. Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 800,00 (achthonderd euro) als vergoeding van immateriële schade , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte met haar mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.