Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-02-09
ECLI:NL:GHSHE:2026:535
Strafrecht
Hoger beroep
1,298 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHSHE:2026:535 text/xml public 2026-04-01T14:50:05 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-02-09 20-002135-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:535 text/html public 2026-04-01T14:49:24 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-02-2026 / 20-002135-25 Belaging, meermalen gepleegd. Eenvoudige belediging, meermalen gepleegd. Opzettelijk handelt in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering. Parketnummer : 20-002135-25 Uitspraak : 9 februari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 23 april 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-300636-23 en 01-089451-24, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres] Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van: ‘ belaging, meermalen gepleegd ’ (parketnummer 01-300636-23 feit 1); ‘ eenvoudige belediging, meermalen gepleegd ’ (parketnummer 01-300636-23 feit 2), en ‘ opzettelijk handelt in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering ’ (parketnummer 01-089451-24), veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling. Daarnaast is aan de verdachte een contactverbod opgelegd voor de duur van 2 jaren met [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en alle medewerker(st)ers van [instelling] , welk contact verbod dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Tot slot is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 1.949,57 toegewezen en de vordering van [benadeelde 2] tot een bedrag van € 2.042,- toegewezen, beiden te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Door de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De verdachte heeft – kort gezegd – aangevoerd dat hij direct na de uitspraak in hoger beroep wilde, maar dat zijn advocaat hem dit had afgeraden. Na contact met de reclassering heeft de verdachte spijt gehad en heeft hij direct na het inzien van de stukken van het dossier hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hof stelt voorop dat de wet bepaalt in welke gevallen tegen rechterlijke uitspraken een rechtsmiddel kan worden aangewend en binnen welke termijn dit kan geschieden. Die termijnen zijn van openbare orde. Dit is slechts anders, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de inleidende dagvaarding aan [naam] is betekend, dat de strafzaak in eerste aanleg tegen de verdachte vervolgens op 23 april 2024 in aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsman inhoudelijk is behandeld en dat de politierechter aansluitend, te weten op 23 april 2024, vonnis heeft gewezen waarbij de verdachte is veroordeeld. Ingevolge het bepaalde in artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, kan de verdachte die op de terechtzitting is verschenen binnen veertien dagen na de uitspraak, dit was voor deze zaak tot en met 7 mei 2024, tegen het vonnis hoger beroep instellen. Het hof stelt vast dat de verdachte op 5 augustus 2025 hoger beroep heeft ingesteld. Het instellen van het hoger beroep heeft aldus plaatsgevonden meer dan een jaar na het onherroepelijk worden van de uitspraak. Omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld ,zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard. Van het bestaan van uitzonderlijke, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden die de overschrijding van de appeltermijn verontschuldigbaar doen zijn, is het hof niet gebleken. Het voorgaande leidt ertoe dat de verdachte in zijn hoger beroep niet ontvangen kan worden. de verdachte zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep. BESLISSING Het hof: verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Aldus gewezen door: mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter, mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. G.M. Goes, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans en mr. N. van der Meer, griffiers, en op 9 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Dekkers is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.