Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-02-02
ECLI:NL:GHSHE:2026:295
Parketnummer : 20-002068-23 Uitspraak : 2 februari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 juli 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-025945-23, 96-025930-23, 96-025944-23, 96-025952-23 en 96-025955-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, in de zaken met parketnummers 96-196547-22 en 96-196698-21, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Grave te Grave. Hoger beroep Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alle tenlastegelegde feiten bewezen zal verklaren en aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof conform de politierechter zal beslissen met betrekking tot de inbeslaggenomen personenauto’s en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vorderingen tot tenuitvoerlegging met parketnummers 96-196547-22 en 96-196698-21. Namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de Politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: parketnummer 96-025945-23: hij op of omstreeks 28 december 2022 te Roosendaal terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Brugstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (bedrijfsauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; parketnummer 96-025930-23: 1.hij op of omstreeks 30 oktober 2022 te Wagenberg, gemeente Drimmelen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Brandestraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2.hij op of omstreeks 30 oktober 2022 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 440 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde; parketnummer 96-025944-23: 1.hij op of omstreeks 20 november 2022 te Sprundel, gemeente Rucphen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-025945-23 en in de zaak met parketnummer 96-025930-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025944-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-025952-23 en in de zaak met parketnummer 96-025955-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: parketnummer 96-025945-23: hij op 28 december 2022 te Roosendaal, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Brugstraat, als bestuurder een motorrijtuig (bedrijfsauto) van die categorie heeft bestuurd; parketnummer 96-025930-23: 1.hij op 30 oktober 2022 te Wagenberg, gemeente Drimmelen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Brandestraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd; 2.hij op 30 oktober 2022 te Hooge Zwaluwe, gemeente Drimmelen, een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 440 microgram amfetamine per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde; parketnummer 96-025944-23: 1.hij op 20 november 2022 te Sprundel, gemeente Rucphen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Rucphensebaan, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd; 2.hij op 21 november 2022 te Etten-Leur, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend; parketnummer 96-025952-23: hij op 11 januari 2023 te Zundert, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Moststraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie heeft bestuurd; parketnummer 96-025955-23: 1.hij op 18 januari 2023 te Roosendaal terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Stationsstraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2.hij op 18 januari 2023 te Roosendaal, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan Daarnaast is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het weigeren gevolg te geven aan een bevel om mee te werken aan een bloedonderzoek. Door aldus te handelen heeft de verdachte de controle op de naleving van de voorschriften ter bescherming van de verkeersveiligheid bemoeilijkt en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft het hof gelet op de omstandigheid dat de verdachte, blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2026 (behoudens het bewezenverklaarde in de zaken met parketnummers 96-025930-23 en 96-025944-23) eerder ter zake van overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 is veroordeeld. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die mede door hem ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht, leiden niet tot een ander oordeel. Redelijke termijn Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld. Als uitgangspunt in zaken met een niet-gedetineerde verdachte heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 24 maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen. In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 30 oktober 2022, de dag waarop de verdachte is gehoord in de oudste gevoegde zaak met parketnummer 96-025930-23. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 19 juli 2023. In eerste aanleg is derhalve geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte heeft op 19 juli 2023 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 2 februari 2026, derhalve 2 jaar en ruim 6 maanden na het instellen van het hoger beroep. De behandeling in hoger beroep wordt dan ook niet afgerond met een eindarrest binnen 24 maanden na het ingestelde hoger beroep. In hoger beroep is daarom sprake van een overschrijding van de redelijke termijn en wel met een periode van ruim 6 maanden. Het hof stelt vast dat de zaak op 20 januari 2025 inhoudelijk behandeld had kunnen worden, maar op verzoek van de verdediging is aangehouden wegens de langdurige detentie van de verdachte in België en zijn uitdrukkelijke wens om bij de behandeling van zijn strafzaken in persoon aanwezig te zijn. Gelet hierop zal het hof volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, zonder daar enig gevolg aan te verbinden. Beslag De in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto’s zullen worden teruggegeven aan de hieronder te noemen personen, zijnde steeds degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96-196547-22 Het Openbaar Ministerie is in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf niet-ontvankelijk, nu deze later dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd is ingediend. Vordering tot tenuitvoerleggin