Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2026-05-12
ECLI:NL:GHSHE:2026:1260
Strafrecht
Hoger beroep
3,936 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:1260 text/xml public 2026-05-19T16:21:06 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-05-12 20-002483-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Maastricht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1260 text/html public 2026-05-19T16:18:53 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1260 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-05-2026 / 20-002483-25 Ten aanzien van de overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is het hof van oordeel dat uit het procesdossier niet blijkt dat het besluit waarin het CBR het rijbewijs van de verdachte ongeldig heeft verklaard, rechtsgeldig aan de verdachte is bekendgemaakt, zodat het ervoor moet worden gehouden dat het besluit niet van kracht is geworden. Ten aanzien van de overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 kan het hof uit het procesdossier niet afleiden dat het rijbewijs van de verdachte op de tenlastegelegde datum was ingevorderd. Integrale vrijspraak. Parketnummer : 20-002483-25 Uitspraak : 12 mei 2026 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 september 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-358242-24, 96-076573-24 en 96-324295-24, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van telkens ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1, parketnummer 96-358242-24, parketnummer 96-076573-24 en parketnummer 96-324295-24) en ter zake van ‘overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2, parketnummer 96-358242-24) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen nu het hof alleen beschikt over een aantekening van het mondeling vonnis van de politierechter, en opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd in de zaken met parketnummers 96-358242-24, 96-076573-24 en 96-324295-24 – met dien verstande dat de feiten in de zaak met parketnummer 96-358242-24 in eendaadse samenloop zijn begaan – en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is namens de verdachte een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering en voorts het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 96-358242-24: 1. hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2. hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Maastricht als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [locatie 1] , een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen; Zaak met parketnummer 96-076573-24: hij op of omstreeks 16 januari 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; Zaak met parketnummer 96-324295-24: hij op of omstreeks 23 januari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Integrale vrijspraak De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 11, 16 en 23 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard nu hem dat op 19 november 2022 door verbalisanten was meegedeeld en voorts dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 11 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Namens de verdachte is bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs aan de verdachte is betekend op een wijze dat dat besluit hem heeft bereikt. De verdachte wist dan ook niet dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Voorts is aangevoerd dat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De raadsvrouw heeft zich wat het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde betreft gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof overweegt als volgt. Parketnummer 96-358242-24 feit 1, parketnummer 96-076573-24 en parketnummer 96-324295-24: Rijden terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1146) – onder andere herhaald in het arrest van 3 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:826) – met betrekking tot artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, onder meer het navolgende overwogen: “2.4.2. Om tot een bewezenverklaring van een op art.
Volledig
ECLI:NL:GHSHE:2026:1260 text/xml public 2026-05-19T16:21:06 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-05-12 20-002483-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Maastricht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1260 text/html public 2026-05-19T16:18:53 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1260 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-05-2026 / 20-002483-25 Ten aanzien van de overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is het hof van oordeel dat uit het procesdossier niet blijkt dat het besluit waarin het CBR het rijbewijs van de verdachte ongeldig heeft verklaard, rechtsgeldig aan de verdachte is bekendgemaakt, zodat het ervoor moet worden gehouden dat het besluit niet van kracht is geworden. Ten aanzien van de overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 kan het hof uit het procesdossier niet afleiden dat het rijbewijs van de verdachte op de tenlastegelegde datum was ingevorderd. Integrale vrijspraak. Parketnummer : 20-002483-25 Uitspraak : 12 mei 2026 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 september 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-358242-24, 96-076573-24 en 96-324295-24, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van telkens ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1, parketnummer 96-358242-24, parketnummer 96-076573-24 en parketnummer 96-324295-24) en ter zake van ‘overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2, parketnummer 96-358242-24) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen nu het hof alleen beschikt over een aantekening van het mondeling vonnis van de politierechter, en opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd in de zaken met parketnummers 96-358242-24, 96-076573-24 en 96-324295-24 – met dien verstande dat de feiten in de zaak met parketnummer 96-358242-24 in eendaadse samenloop zijn begaan – en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is namens de verdachte een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering en voorts het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 96-358242-24: 1. hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; 2. hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Maastricht als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [locatie 1] , een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen; Zaak met parketnummer 96-076573-24: hij op of omstreeks 16 januari 2024 te Maastricht terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; Zaak met parketnummer 96-324295-24: hij op of omstreeks 23 januari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [locatie 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Integrale vrijspraak De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 11, 16 en 23 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard nu hem dat op 19 november 2022 door verbalisanten was meegedeeld en voorts dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 11 januari 2024 een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Namens de verdachte is bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 96-358242-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs aan de verdachte is betekend op een wijze dat dat besluit hem heeft bereikt. De verdachte wist dan ook niet dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Voorts is aangevoerd dat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De raadsvrouw heeft zich wat het in de zaken met parketnummers 96-076573-24 en 96-324295-24 tenlastegelegde betreft gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof overweegt als volgt. Parketnummer 96-358242-24 feit 1, parketnummer 96-076573-24 en parketnummer 96-324295-24: Rijden terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1146) – onder andere herhaald in het arrest van 3 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:826) – met betrekking tot artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, onder meer het navolgende overwogen: “2.4.2. Om tot een bewezenverklaring van een op art.